انتقل إلى المحتوى
Zorg Space افتح التطبيق

مفردات اللغة الهولندية

الأساسيات ٢: الطعام والأفعال والأيام والألوان

Basiswoorden 2: eten, werkwoorden, dagen & kleuren

A1 · مبتدئ الكلمات ٥٠

هذه كلمات وحدة «الأساسيات ٢: الطعام والأفعال والأيام والألوان» في دورة الهولندية على Zorg Space، في المستوى A1. تجد مع كل اسم أداة التعريف الخاصة به (de أو het)، ثم معنى الكلمة بالعربية، وجملة مثال بالهولندية.

لا توجد قاعدة واحدة تحدد إن كان الاسم يأخذ de أو het، لذلك احفظ كل اسم مع أداته. اقرأ درس de أم het

الكلمةالمعنىمثال
etenيأكلIk wil graag eten.
drinkenيشربWil je iets drinken?
het waterماءMag ik een glas water?
het broodخبزIk koop brood bij de bakker.
de kaasجبنNederlandse kaas is beroemd.
de melkحليبIk drink elke ochtend melk.
de koffieقهوةEen kopje koffie, alsjeblieft.
de theeشايWil je thee met suiker?
de appelتفاحةIk eet elke dag een appel.
de groenteخضرواتGroente is goed voor je gezondheid.
het vleesلحمHij eet geen vlees.
de visسمكWe eten vrijdag vis.
de rijstأرزRijst is een populair gerecht.
de suikerسكرGeen suiker in koffie.
het zoutملحKun je het zout doorgeven?
het restaurantمطعمEen goed restaurant.
de winkelمحلDe winkel is om de hoek.
de marktسوقZaterdag ga ik naar de markt.
het geldمالIk heb geen geld.
de prijsسعرWat is de prijs?
werkenيعملIk werk van maandag tot vrijdag.
lerenيتعلمIk leer Nederlands.
sprekenيتحدثSpreekt u Engels?
lezenيقرأIk lees graag boeken.
schrijvenيكتبKun je je naam schrijven?
الكلمةالمعنىمثال
lopenيمشيWe lopen naar het park.
rijdenيقودHij rijdt naar zijn werk.
slapenينامDe baby slaapt nu.
wonenيسكنWaar woon je?
kopenيشتريIk wil een nieuwe jas kopen.
maandagالإثنينMaandag begin ik weer met werken.
dinsdagالثلاثاءOp dinsdag heb ik les.
woensdagالأربعاءWoensdag is de markt open.
donderdagالخميسDonderdag ga ik sporten.
vrijdagالجمعةVrijdag is mijn vrije dag.
zaterdagالسبتZaterdag slaap ik uit.
zondagالأحدZondag bezoek ik mijn familie.
roodأحمرIk hou van de rode auto.
blauwأزرقDe lucht is blauw.
groenأخضرHet gras is groen.
geelأصفرDe zon is geel.
zwartأسودHij draagt een zwarte jas.
witأبيضZe heeft een witte muur.
het stationمحطةHet station is dichtbij.
de straatشارعIk woon in een rustige straat.
de stadمدينةAmsterdam is een grote stad.
het landبلدNederland is een klein land.
het ziekenhuisمستشفىHet ziekenhuis is 24 uur open.
de dokterطبيبEen afspraak met de dokter.
de apotheekصيدليةDe apotheek is naast de winkel.

احفظ هذه الكلمات بالمراجعة المتباعدة

في تطبيق Zorg Space تأتي كل كلمة مع صورة ونطق، وتعود إليك للمراجعة قبل أن تنساها بالضبط.

ابدأ مجانًا