انتقل إلى المحتوى
Zorg Space افتح التطبيق

مفردات اللغة الهولندية

الملابس والمظهر

Kleding en uiterlijk

A2 · ابتدائي الكلمات ٤٤

شراء الملابس وقياسها والعناية بها، ووصف مظهر الشخص.

هذه كلمات وحدة «الملابس والمظهر» في دورة الهولندية على Zorg Space، في المستوى A2. تجد مع كل اسم أداة التعريف الخاصة به (de أو het)، ثم معنى الكلمة بالعربية، وجملة مثال بالهولندية.

لا توجد قاعدة واحدة تحدد إن كان الاسم يأخذ de أو het، لذلك احفظ كل اسم مع أداته. اقرأ درس de أم het

الكلمةالمعنىمثال
de truiكنزةNeem een warme trui mee.
de broekبنطالDeze broek is te lang voor mij.
de rokتنورةZij draagt vandaag een blauwe rok.
de jurkفستانVoor het feest koop ik een jurk.
het hemdقميص داخليOnder zijn trui draagt hij een hemd.
de blouseبلوزةDeze blouse moet gestreken worden.
de sokجوربEr ligt nog één sok in de wasmand.
het ondergoedملابس داخليةIk heb schoon ondergoed nodig.
de riemحزامDie broek zit los; doe een riem om.
de sjaalوشاحVergeet je sjaal niet, het vriest.
de mutsقبعة صوفيةZet een muts op tegen de kou.
de handschoenقفازIk ben één handschoen kwijt.
de laarsحذاء طويلBij regen trek ik een laars aan.
de sandaalصندلIn de zomer draag ik een sandaal.
de pantoffelخف منزليBinnen loopt hij op pantoffels.
de knoopزرEr zit een knoop los aan mijn jas.
de ritsسحّابDe rits van mijn tas is kapot.
zak van kledingجيب الملابسMijn sleutels zitten in de zak van mijn jas.
de kraagياقةDe kraag van dit overhemd is vuil.
de mouwكمّDe mouw is een beetje te kort.
de paskamerغرفة القياسDe paskamer is achterin de winkel.
passen van kledingيقيس الملابسMag ik deze broek even passen?
الكلمةالمعنىمثال
strakضيّقDeze jurk zit te strak.
ruim zittendواسع الملبسIk zoek een ruim zittend jasje.
de uitverkoopتخفيضاتIn de uitverkoop is alles goedkoper.
het katoenقطنDit shirt is van katoen.
de wolصوفEen trui van wol is warm.
het leerجلدHij draagt schoenen van leer.
gestreeptمخطّطZij heeft een gestreept shirt aan.
geruitمربّعاتMijn vader draagt een geruit overhemd.
effenسادة اللونIk zoek een effen zwarte broek.
wassen opيغسل على درجةWas deze trui op dertig graden.
de stomerijمغسلة تنظيف جافDeze jas moet naar de stomerij.
naaienيخيطKun jij deze knoop naaien?
verstellenيعدّل الملابسDe broek is te lang; ik laat hem verstellen.
de kapperالحلاقIk heb morgen een afspraak bij de kapper.
knippenيقصWilt u mijn haar kort knippen?
kammenيمشّطVergeet niet je haar te kammen.
scherenيحلقHij moet zich elke dag scheren.
de make-upمكياجZij doet make-up op voor het feest.
de brilنظارةZonder bril kan ik dit niet lezen.
de contactlenzenعدسات لاصقةIk draag liever contactlenzen dan een bril.
het sieraadقطعة مجوهراتZij kreeg een sieraad voor haar verjaardag.
de ringخاتمHij draagt een ring aan zijn linkerhand.

احفظ هذه الكلمات بالمراجعة المتباعدة

في تطبيق Zorg Space تأتي كل كلمة مع صورة ونطق، وتعود إليك للمراجعة قبل أن تنساها بالضبط.

ابدأ مجانًا