Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Start 2: Colours, family, days

Start 2: Kleuren, familie, dagen

A0 · Starter Words 50

These are the words of the “Start 2: Colours, family, days” unit in the Zorg Space Dutch course, level A0. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
oranjeorangeEen oranje jas.
paarspurplePaarse bloemen hier.
rozepinkEen roze tas.
bruinbrownBruin brood, graag.
grijsgreyDe lucht is grijs.
de opagrandfatherMijn opa woont hier.
de omagrandmotherOma kookt lekker.
de zoonsonMijn zoon is klein.
de dochterdaughterMijn dochter leert.
de manman, husbandHaar man werkt.
de vrouwwoman, wifeZijn vrouw is arts.
de oomuncleMijn oom komt.
de tanteauntTante woont ver.
de buurmanneighbour (man)De buurman helpt.
januariJanuaryIn januari sneeuwt het.
februariFebruaryFebruari is kort.
maartMarchIn maart bloeit alles.
aprilAprilApril is nat.
meiMayMei is mooi.
juniJuneIn juni is vakantie.
juliJulyJuli is warm.
augustusAugustAugustus is heet.
septemberSeptemberSchool begint september.
oktoberOctoberOktober is koud.
novemberNovemberNovember is donker.
WordMeaningExample
decemberDecemberDecember is druk.
de ochtendmorningIn de ochtend werk ik.
de middagafternoonDe middag is lang.
de avondeveningDe avond is rustig.
de nachtnightDe nacht is stil.
de kamerroomMijn kamer is klein.
de keukenkitchenDe keuken is schoon.
de badkamerbathroomDe badkamer is daar.
de deurdoorDe deur is open.
het raamwindowHet raam is dicht.
de tafeltableDe tafel is groot.
de stoelchairEen stoel voor jou.
het bedbedMijn bed is zacht.
de sleutelkeyWaar is mijn sleutel?
de telefoontelephoneMijn telefoon is leeg.
het boekbookEen boek lezen.
de penpenHeb je een pen?
het papierpaperEen vel papier.
de tasbagMijn tas is zwaar.
de klerenclothesNieuwe kleren kopen.
de schoenshoeMijn schoen is stuk.
de jascoatEen warme jas.
het horlogewatchMijn horloge staat stil.
het geldmoneyIk heb geen geld.
de baanjobEen nieuwe baan zoeken.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free