Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Start 4: Body and daily verbs

Start 4: Lichaam en dagelijkse werkwoorden

A0 · Starter Words 50

These are the words of the “Start 4: Body and daily verbs” unit in the Zorg Space Dutch course, level A0. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
het hoofdheadMijn hoofd doet pijn.
het oogeyeMijn oog is rood.
het oorearMijn oor doet pijn.
de neusnoseEen verstopte neus.
de mondmouthDoe je mond open.
de tandtoothEen pijnlijke tand.
de handhandWas je handen.
de armarmMijn arm is gebroken.
het beenlegMijn been doet pijn.
de voetfootKoude voeten.
de rugbackPijn in de rug.
de buikbelly, stomachMijn buik doet pijn.
het hartheartEen sterk hart.
het haarhairLang zwart haar.
de vingerfingerEen gesneden vinger.
de pijnpainIk heb veel pijn.
de koortsfeverHet kind heeft koorts.
de hoestcoughEen droge hoest.
verkoudenhaving a coldIk ben verkouden.
moetiredIk ben erg moe.
de gezondheidhealthGezondheid is belangrijk.
de afspraakappointmentEen afspraak maken.
wakker wordento wake upVroeg wakker worden.
opstaanto get upOm zeven uur opstaan.
zittento sitGa hier zitten.
WordMeaningExample
staanto standBlijf daar staan.
openento openHet raam openen.
sluitento closeDe deur sluiten.
gevento giveGeef me het boek.
nemento takeNeem een stoel.
zettento putZet het daar.
kijkento look, to watchKijk hier even.
horento hearIk hoor niets.
begrijpento understandIk begrijp het niet.
wetento knowIk weet het niet.
willento wantIk wil water.
kunnencan, to be able toIk kan het doen.
moetenmust, to have toIk moet gaan.
helpento helpKun je helpen?
wachtento waitEven wachten, graag.
vragento askIets vragen mag.
antwoordento answerSnel antwoorden.
beginnento beginDe les begint.
eindigento endDe film eindigt.
houden vanto loveIk hou van muziek.
spelento playKinderen spelen buiten.
lachento laughSamen lachen.
huilento cryDe baby huilt.
rennento runHard rennen.
brengento bringBreng het water.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free