Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Basics 1: greetings, family & numbers

Basiswoorden 1: begroetingen, familie & cijfers

A1 · Beginner Words 49

These are the words of the “Basics 1: greetings, family & numbers” unit in the Zorg Space Dutch course, level A1. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
hallohelloHallo, hoe gaat het?
dagdayDag, tot morgen!
jayesJa, dat klopt.
neenoNee, dat is niet zo.
dank jethank youDank je voor de hulp.
alsjeblieftpleaseMag ik een koffie, alsjeblieft?
sorrysorrySorry voor de vertraging.
de manman, husbandHaar man werkt.
de vrouwwoman, wifeZijn vrouw is arts.
het kindchildHet kind speelt buiten.
de vaderfatherMijn vader werkt als leraar.
de moedermotherMijn moeder kookt elke dag.
de broerbrotherMijn broer is ouder dan ik.
de zussisterMijn zus studeert medicijnen.
de vriendfriendHij is mijn beste vriend.
de familiefamilyMijn familie woont in Amsterdam.
het huishouseOns huis heeft drie kamers.
de schoolschoolDe kinderen gaan naar school.
het werkworkIk zoek werk.
de naamnameWat is jouw naam?
eenoneIk heb een broer.
tweetwoIk heb twee zussen.
driethreeEr zijn drie boeken op tafel.
vierfourHet is vier uur.
vijffiveIk heb vijf euro.
WordMeaningExample
zessixDe klas heeft zes tafels.
zevensevenZeven dagen in een week.
achteightDe winkel opent om acht uur.
negennineIk werk negen uur per dag.
tientenTien mensen wachten buiten.
het jaaryearDit jaar ga ik op reis.
de maandmonthVolgende maand begin ik met werken.
de weekweekDeze week ben ik erg druk.
vandaagtodayVandaag is het maandag.
morgentomorrowTot morgen.
gisterenyesterdayGisteren was druk.
laterlaterWe praten later verder.
grootbigDat is een groot huis.
kleinsmallDe kat is heel klein.
goedgoodHet gaat goed.
slechtbadHet weer is vandaag slecht.
nieuwnewIk heb een nieuwe telefoon.
oudoldEen oude man.
mooibeautifulWat een mooie dag!
lelijkuglyIk vind die kleur lelijk.
snelfastDe trein is heel snel.
langzaamslowHij loopt heel langzaam.
warmwarmHet is warm vandaag.
koudcoldHet water is erg koud.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free