Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Time and appointments

Tijd en afspraken

A1 · Beginner Words 50

These are the words of the “Time and appointments” unit in the Zorg Space Dutch course, level A1. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
de minuutminuteNog één minuut.
de secondesecondWacht een seconde.
het uurhour; o’clockOver een uur.
gisterenyesterdayGisteren was druk.
morgentomorrowTot morgen.
overmorgenthe day after tomorrowOvermorgen kom ik.
eergisterenthe day before yesterdayEergisteren regende het.
deze weekthis weekDeze week werk ik.
vorige weeklast weekVorige week was koud.
volgende weeknext weekVolgende week vakantie.
op tijdon timeKom op tijd.
te laattoo lateNiet te laat komen.
binnenkortsoonBinnenkort verhuizen wij.
meteenright awayIk kom meteen.
eindelijkfinallyEindelijk klaar.
opnieuwagainProbeer opnieuw.
vaakoftenIk kom hier vaak.
zeldenrarelyHij komt zelden.
dagelijksdailyDagelijks oefenen.
wekelijksweeklyWekelijks sporten.
maandelijksmonthlyMaandelijks betalen.
jaarlijksyearlyJaarlijks controleren.
startento startDe les start nu.
durento lastHet duurt lang.
stoppento stopEven stoppen.
WordMeaningExample
uitstellento postponeDe afspraak uitstellen.
annulerento cancelDe afspraak annuleren.
veranderento changeDe datum veranderen.
reserverento reserveEen tafel reserveren.
aankomento arriveDe trein komt aan.
vertrekkento departDe bus vertrekt.
te vroegtoo earlyJe bent te vroeg.
precies op tijdexactly on timePrecies op tijd komen.
de agendadiaryIn mijn agenda staat.
de herinneringmemoryEen herinnering sturen.
de wekkeralarm clockDe wekker gaat.
het weekendweekendEen lang weekend.
de werkdagworking dayEen normale werkdag.
de dienstshiftMijn dienst begint.
de nachtdienstnight shiftNachtdienst is zwaar.
het overuurovertime hourEen overuur maken.
de termijndeadline, periodBinnen de termijn.
de periodeperiodEen korte periode.
het momentmomentEen moment, graag.
de eeuwcenturyDe vorige eeuw.
de verjaardagbirthdayMijn verjaardag is mei.
de feestdagpublic holidayEen vrije feestdag.
het seizoenseasonMijn favoriete seizoen.
de toekomstfutureIn de toekomst.
het verledenpastIn het verleden.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free