Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Free time and sport

Vrije tijd en sport

A2 · Elementary Words 46

Sport, hobbies and going out: what you join and what you go and do.

These are the words of the “Free time and sport” unit in the Zorg Space Dutch course, level A2. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
zwemmento swimMijn dochter leert zwemmen in het zwembad.
wandelento walk, to hikeOp zondag gaan wij wandelen in het bos.
hardlopento run, to jogIk ga elke ochtend hardlopen in het park.
het voetbalfootballMijn zoon speelt voetbal op zaterdag.
het basketbalbasketballZij speelt basketbal in de sporthal.
het tennistennisWij spelen tennis op het sportveld.
de yogayogaDe les yoga begint om zeven uur.
de fitnessgym, fitnessHij gaat drie keer per week naar fitness.
de wedstrijdmatch, gameDe wedstrijd begint om acht uur.
het toernooitournamentHet toernooi duurt het hele weekend.
scorento scoreHij kon in de laatste minuut scoren.
winnento winWij hopen de wedstrijd te winnen.
verliezento loseZe hebben met 2-1 verloren.
het gelijkspeldraw, tieHet werd een gelijkspel: 1-1.
de scheidsrechterrefereeDe scheidsrechter floot voor rust.
de supportersupporter, fanHij is supporter van die club.
het stadionstadiumHet stadion zat helemaal vol.
het lidmaatschapmembershipHet lidmaatschap kost vijftien euro per maand.
de contributiemembership feeDe contributie betaalt u per jaar.
de kleedkamerchanging roomJe kunt je omkleden in de kleedkamer.
de blessureinjuryDoor een blessure kan hij niet spelen.
rekkento stretchVergeet niet te rekken na het sporten.
fotograferento photographZij wil graag mensen fotograferen.
WordMeaningExample
schilderen als hobbypainting as a hobbyHij is begonnen met schilderen als hobby.
breiento knitMijn oma leert mij breien.
puzzelento do puzzlesOp regenachtige dagen zit ik te puzzelen.
schakento play chessIn het buurthuis kun je schaken.
kaarten spelento play cardsWij gaan vanavond kaarten spelen.
het bordspelboard gameDit bordspel is leuk voor kinderen.
gamento play video gamesMijn zoon wil elke avond gamen.
lezen als hobbyreading as a hobbyLezen als hobby helpt met mijn Nederlands.
de romannovelIk lees nu een makkelijke roman.
de stripcomicKinderen lezen graag een strip.
het concertconcertWij gaan zaterdag naar een concert.
het toneeltheatre, a playIn het theater speelt vanavond toneel.
dansento danceOp het feest gaan wij dansen.
zingento singZij kan heel mooi zingen.
het instrumentinstrumentSpeelt u een instrument?
de gitaarguitarHij leert gitaar spelen.
de pianopianoEr staat een piano in het buurthuis.
het koorchoirZij zingt in een koor.
het optredenperformanceHet optreden duurt ongeveer een uur.
kaartje kopento buy a ticketU kunt online een kaartje kopen.
pauze in showintervalNa de pauze in de show gaan we verder.
de trainingtrainingIk heb elke dinsdag training bij de club.
opwarmen voor sportto warm upOpwarmen voor sport voorkomt blessures.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free