Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Home and maintenance

Huis en onderhoud

A2 · Elementary Words 50

These are the words of the “Home and maintenance” unit in the Zorg Space Dutch course, level A2. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
de loodgieterplumberDe loodgieter komt.
de elektricienelectricianEen goede elektricien.
de timmermancarpenterDe timmerman werkt.
de schilderpainterDe schilder is klaar.
de lekkageleakEr is lekkage onder de wastafel.
verstopping in buisblocked pipeVerstopping in buis oplossen.
de schimmelmouldEr zit schimmel in de badkamer.
vocht in huisdamp in the houseVocht in huis hebben.
de ventilatieventilationGoede ventilatie nodig.
isolatie van huishome insulationIsolatie van huis verbeteren.
de buistubeEen gebroken buis.
de draadwireEen losse draad.
het stopcontactsocketEen vrij stopcontact.
de schakelaarswitchDe schakelaar werkt niet.
de stoppenkastfuse boxKijk in de stoppenkast.
de meterstandmeter readingGeef de meterstand door.
het gereedschaptoolsMag ik uw gereedschap lenen?
de hamerhammerIk heb een hamer nodig.
de schroevendraaierscrewdriverEen kleine schroevendraaier.
de spijkernailEen lange spijker.
de schroefscrewEr zit een schroef los.
de ladderladderPas op met de ladder.
de verfpaintDe verf op de deur bladert af.
de kwastbrushEen schone kwast.
het behangwallpaperHet behang laat los.
WordMeaningExample
de tegeltileEen gebroken tegel.
het tapijtcarpetEen oud tapijt.
de wasmachinewashing machineDe wasmachine draait.
de drogertumble dryerDe droger is stuk.
de vaatwasserdishwasherDe vaatwasser vullen.
de magnetronmicrowaveIn de magnetron opwarmen.
de waterkokerkettleDe waterkoker aanzetten.
de ventilatorfanDe ventilator aanzetten.
de aircoair conditioningDe airco staat aan.
de rookmeldersmoke alarmDe rookmelder testen.
de brandblusserfire extinguisherEen brandblusser hebben.
het slotlockDoe het slot op je fiets.
de reservesleutelspare keyEen reservesleutel maken.
de deurbeldoorbellDe deurbel gaat.
de brievenbusletterboxDe brievenbus legen.
de tuingardenEen kleine tuin.
het grasgrassHet gras maaien.
het hekfenceEen hoog hek.
de poortgateDe poort sluiten.
de schuurshedFietsen in de schuur.
de grote schoonmaakspring cleanEen grote schoonmaak doen.
meubels verplaatsento move furnitureMeubels verplaatsen samen.
opbergento put awaySpullen opbergen.
weggooiento throw awayOude spullen weggooien.
donerento donateKleding doneren.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free