Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Money and insurance

Geld en verzekeringen

A2 · Elementary Words 28

Your account, your policy, and what you do when something goes wrong.

These are the words of the “Money and insurance” unit in the Zorg Space Dutch course, level A2. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
de leningloanZij heeft een kleine lening voor de auto.
stornerento reverse a paymentDe bank kan het bedrag storneren.
saldo controlerento check your balanceIk wil eerst mijn saldo controleren.
de overschrijvingbank transferDe overschrijving duurt één werkdag.
de tenaamstellingname on the accountKlopt de tenaamstelling van de rekening?
de bijschrijvingcredit entryIk zie de bijschrijving van mijn loon.
de afschrijvingdebit entryDeze afschrijving herken ik niet.
de aftrekdeductionDeze kosten mag u van de belasting aftrekken.
de toeslagpartnerbenefit partnerUw toeslagpartner telt mee voor het inkomen.
de definitieve berekeningfinal calculationDe definitieve berekening komt in mei.
de verzekeringspolisinsurance policyBewaar uw verzekeringspolis goed.
de dekkingcoverDeze schade valt niet onder de dekking.
schade meldento report damageU moet de schade binnen een week melden.
het schadeformulierclaim formVul samen het schadeformulier in.
WordMeaningExample
de expertassessor, expertDe verzekering stuurt een expert langs.
uitkering van verzekeringinsurance payoutDe uitkering van de verzekering komt volgende maand.
de inboedelhousehold contentsUw inboedel is verzekerd tot dat bedrag.
de opstalverzekeringbuildings insuranceDe opstalverzekering is voor het gebouw zelf.
reisverzekering afsluitento take out travel insuranceWij gaan een reisverzekering afsluiten.
de no-claimno-claim discountNa een jaar zonder schade krijgt u no-claim.
bijhouden van uitgavenkeeping track of spendingHet bijhouden van uitgaven helpt echt.
het huishoudboekjehousehold budget bookWij houden een huishoudboekje bij.
bezuinigento cut backDeze maand moeten wij bezuinigen.
de meevallerwindfall, pleasant surpriseDe teruggave was een mooie meevaller.
de tegenvallersetbackDe rekening was een flinke tegenvaller.
contant afrekenento pay cashKan ik hier contant afrekenen?
aflossento pay offWij moeten de lening nog aflossen.
de renteinterestOp deze rekening krijgt u weinig rente.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free