The body
Het lichaam
Organs, bones and muscles, so you can say exactly where it hurts.
These are the words of the “The body” unit in the Zorg Space Dutch course, level B1. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.
No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het
| Word | Meaning | Example |
|---|---|---|
| de bloedsomloop | circulation | Bewegen houdt de bloedsomloop op gang. |
| de slagader | artery | Een verstopte slagader kan een hartaanval veroorzaken. |
| de ader | vein | De verpleegkundige zoekt eerst een goede ader. |
| het haarvat | capillary | In de haarvaten gaat zuurstof van het bloed naar het weefsel. |
| de hartklep | heart valve | Een lekkende hartklep kan tegenwoordig vaak gerepareerd worden. |
| het ademhalingsstelsel | respiratory system | Roken beschadigt het hele ademhalingsstelsel. |
| de long | lung | Op de foto was één long duidelijk kleiner dan de andere. |
| de luchtpijp | windpipe | Het stukje eten schoot in zijn luchtpijp. |
| het middenrif | diaphragm | Bij diep ademhalen beweegt het middenrif naar beneden. |
| het spijsverteringsstelsel | digestive system | Vezels houden het spijsverteringsstelsel in beweging. |
| de maag | stomach | Neem deze pil niet op een lege maag. |
| de darmen | intestines | Na de operatie kwamen zijn darmen langzaam weer op gang. |
| de lever | liver | De lever breekt alcohol af, maar niet onbeperkt. |
| de galblaas | gallbladder | Zijn galblaas is vorig jaar verwijderd. |
| de alvleesklier | pancreas | De alvleesklier maakt insuline aan. |
| de nier | kidney | Met één gezonde nier kun je gewoon verder leven. |
| de blaas | bladder | Door de ontsteking moest ze steeds naar de wc. |
| het zenuwstelsel | nervous system | Langdurig slaaptekort belast het zenuwstelsel. |
| de hersenen | brain | De hersenen gebruiken een vijfde van alle zuurstof. |
| het ruggenmerg | spinal cord | Bij de val raakte zijn ruggenmerg beschadigd. |
| de zenuw | nerve | Een beknelde zenuw in de rug geeft pijn tot in het been. |
| de spier | muscle | Na het verhuizen deed elke spier pijn. |
| de pees | tendon | Hij heeft bij het tennissen een pees in zijn schouder gescheurd. |
| het gewricht | joint | In de winter zijn haar gewrichten stijver. |
| het kraakbeen | cartilage | Het kraakbeen in zijn knie is versleten. |
| Word | Meaning | Example |
|---|---|---|
| het bot | bone | Een gebroken bot geneest bij een kind sneller dan bij een volwassene. |
| het skelet | skeleton | In het lokaal hangt een model van het menselijk skelet. |
| de wervelkolom | spine | Til met je benen om je wervelkolom te sparen. |
| de wervel | vertebra | Bij het ongeluk brak één wervel in zijn nek. |
| het bekken | pelvis | Na de val bleek haar bekken gebroken. |
| de huid | skin | Mijn huid is droog in de winter. |
| de klier | gland | Bij een verkoudheid zwellen de klieren in je hals op. |
| het hormoon | hormone | Dit hormoon regelt hoeveel suiker er in je bloed zit. |
| de schildklier | thyroid gland | Een trage schildklier maakt je moe en snel koud. |
| de insuline | insulin | Zonder insuline kan het lichaam geen suiker opnemen. |
| de stofwisseling | metabolism | Met de jaren wordt de stofwisseling langzamer. |
| de cel | cell | Het lichaam maakt elke dag miljoenen nieuwe cellen aan. |
| het weefsel | tissue | Bij de brandwond is diep weefsel beschadigd. |
| het orgaan | organ | Het hart is het orgaan dat nooit rust neemt. |
| het afweersysteem | immune defences | Slaap en beweging houden je afweersysteem sterk. |
| de witte bloedcel | white blood cell | Witte bloedcellen ruimen bacteriën op. |
| de rode bloedcel | red blood cell | Rode bloedcellen brengen zuurstof naar de spieren. |
| het bloedplaatje | blood platelet | Bloedplaatjes zorgen ervoor dat een wond weer dichtgaat. |
| het plasma | blood plasma | Plasma is het vloeibare deel van het bloed. |
| de bloedgroep | blood group | Voor de operatie wordt eerst je bloedgroep bepaald. |
| de bloedtransfusie | blood transfusion | Na het ongeluk kreeg hij een bloedtransfusie. |
| de stolling | clotting | Deze medicijnen remmen de stolling van het bloed. |
| de bloeding | bleeding | Druk stevig op de wond om de bloeding te stoppen. |
| het litteken | scar | Het litteken op zijn arm is nauwelijks nog te zien. |
| de wondgenezing | wound healing | Roken vertraagt de wondgenezing. |
Learn these words with spaced review
In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.
Start for free