Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch grammar

The diminutive: -je

Het verkleinwoord: -je

A1 · Beginner Nouns and describing Questions 10

The rule

Dutch very often puts -je after a noun: een kopje koffie, een momentje, een broodje, een kaartje. It means small, but far more often it simply makes the sentence friendlier or more usual — een kopje koffie is not smaller than een kop koffie, it is just what people say. Every diminutive is a het-word, even when the plain word takes de: de stoel becomes het stoeltje. After some sounds the ending becomes -tje, -pje or -etje: het autootje, het boompje, het mannetje.

Pattern

de stoel → HET stoelTJE een kop → een kopJE

Examples

  1. Wilt u een kopje koffie?

    Would you like a cup of coffee?

  2. Een momentje, alstublieft.

    One moment, please.

  3. Ik heb een kaartje gekocht.

    I bought a ticket.

  4. Het stoeltje staat in de hoek.

    The little chair is in the corner.

Common mistakes

  • Wrong: de kopje

    Right: het kopje

    Every diminutive takes het.

  • Wrong: een kleine momentje

    Right: een momentje

    The diminutive already says it is short.

Practice questions

Try each one yourself first, then open “Show answer” for the solution and the reason.

  1. 1Fill in the gap.

    Fill in the correct word.

    Wilt u _____ kopje thee?

    1. die
    2. het een
    3. de
    4. een
    Show answer

    Answer: D Wilt u een kopje thee?

    kopje is a het-word, so een kopje.

  2. 2Fill in the gap.

    Fill in the correct word.

    _____ kaartje kost drie euro.

    1. Die
    2. De
    3. Een de
    4. Het
    Show answer

    Answer: D Het kaartje kost drie euro.

    Diminutives take het.

  3. 3Fill in the gap.

    Fill in the correct form.

    Ik neem een _____ met kaas. (brood)

    1. broodetje
    2. broodtje
    3. broodje
    4. broodjes
    Show answer

    Answer: C Ik neem een broodje met kaas. (brood)

    brood → broodje.

  4. 4Fill in the gap.

    Fill in the correct form.

    _____, ik kijk het even na. (moment)

    1. Het momenten
    2. Een momentje
    3. Een momenttje
    4. Een momentetje
    Show answer

    Answer: B Een momentje, ik kijk het even na. (moment)

    moment → momentje.

  5. 5Choose the correct sentence.

    Choose the correct form.

    Er staat een klein _____ voor het raam. (tafel)

    1. tafelpje
    2. tafelje
    3. tafeletje
    4. tafeltje
    Show answer

    Answer: D tafeltje

    After l the ending is -tje: tafeltje.

  6. 6Choose the correct sentence.

    Choose the correct form.

    In de tuin staat een _____. (boom)

    1. boompje
    2. boomje
    3. boometje
    4. boomtje
    Show answer

    Answer: A boompje

    After m the ending is -pje: boompje.

  7. 7Choose the correct sentence.

    1. Ik heb twee kaartjes gekocht.
    2. Ik heb twee kaartjen gekocht.
    3. Ik heb twee kaartjees gekocht.
    4. Ik heb twee kaartje gekocht.
    Show answer

    Answer: A Ik heb twee kaartjes gekocht.

    In the plural the diminutive stays: -jes.

  8. 8This sentence is wrong. Choose the fix.

    This sentence is wrong. Choose the correct one.

    De kopje staat op tafel.

    1. Het kopje staat op tafel.
    2. Een de kopje staat op tafel.
    3. De kopjes staat op tafel.
    4. Het kopje staan op tafel.
    Show answer

    Answer: A Het kopje staat op tafel.

    Diminutive → het.

  9. 9This sentence is wrong. Choose the fix.

    This sentence is wrong. Choose the correct one.

    Wilt u een kop koffie of een kleine kopje?

    1. Wilt u de kop koffie of de kopje?
    2. Wilt u een kopje koffie of een kleine kop kopje?
    3. Wilt u een kleine kop of een kleine kopje?
    4. Wilt u een kop koffie of een kopje?
    Show answer

    Answer: D Wilt u een kop koffie of een kopje?

    A diminutive needs no klein beside it.

  10. 10Choose the correct sentence.

    1. Heeft u een momentje voor mij?
    2. Heeft u een momenten voor mij?
    3. Heeft u een klein moment tje voor mij?
    4. Heeft u de momentje voor mij?
    Show answer

    Answer: A Heeft u een momentje voor mij?

    The diminutive makes a request friendlier.

Practise this lesson in Zorg Space

In the app every rule becomes interactive practice: instant correction, reviews at the moment you are about to forget, and progress you can see from level to level — free.

Start for free