Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

mij, jou, hem, haar, ons, hen

A1 · Beginner Verwijzen naar mensen en dingen Vragen 10

De regel

Naast ik, jij, hij en zij heeft het Nederlands een tweede rij: de vorm die u gebruikt als de persoon niet het onderwerp is. Ik zie hem, Hij belt mij, Wij helpen hen. Bij mij, jou en hen bestaat ook een korte vorm — me, je, ze — die u in gewone spreektaal het meeste hoort: Hij belt me straks. De korte vorm gebruikt u niet als u nadruk wilt leggen: Hij belt MIJ, niet jou.

Patroon

ik → MIJ/me jij → JOU/je hij → HEM zij → HAAR wij → ONS zij(mv) → HEN/ze

Voorbeelden

  1. Kunt u mij helpen?

    mij = niet het onderwerp

  2. Ik zie hem morgen.

    hem = hij als mijwerp

  3. De dokter belt haar vanmiddag.

    haar = zij

  4. Hij belt me straks.

    me = korte vorm van mij

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Kunt u ik helpen?

    Goed: Kunt u mij helpen?

    Na het werkwoord komt mij, niet ik.

  • Fout: Ik zie hij morgen.

    Goed: Ik zie hem morgen.

    hij is het onderwerp, hem het lijdend voorwerp.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Kunt u _____ helpen?

    1. me zelf
    2. mijn
    3. ik
    4. mij
    Toon antwoord

    Antwoord: D Kunt u mij helpen?

    Na het werkwoord: mij.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Ik ken _____ al jaren.

    1. hun
    2. zijn
    3. hij
    4. hem
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik ken hem al jaren.

    hem = hij als voorwerp.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De juf heeft _____ gisteren gebeld.

    1. ze is
    2. zij
    3. haar
    4. hen
    Toon antwoord

    Antwoord: C De juf heeft haar gisteren gebeld.

    haar = zij als voorwerp.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Wilt u _____ een moment helpen? Wij wachten hier.

    1. onze
    2. wij
    3. hen
    4. ons
    Toon antwoord

    Antwoord: D Wilt u ons een moment helpen? Wij wachten hier.

    wij → ons.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Mijn buren zijn aardig. Ik help _____ vaak.

    1. hun huis
    2. hen
    3. zij
    4. hem
    Toon antwoord

    Antwoord: B Mijn buren zijn aardig. Ik help hen vaak.

    meervoud → hen of ze.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ziet de dokter u om drie uur is.
    2. De dokter u ziet om drie uur.
    3. De dokter ziet om drie uur u ziet.
    4. De dokter ziet u om drie uur.
    Toon antwoord

    Antwoord: D De dokter ziet u om drie uur.

    Het voorwerp staat na het werkwoord.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Hij mij belt, niet jou.
    2. Hij belt ik, niet jij.
    3. Hij belt mij, niet jou.
    4. Hij belt me, niet je.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Hij belt mij, niet jou.

    Met nadruk gebruikt u de lange vorm.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Kan jij mij helpen? Ik zoek hij.

    1. Kun jij me helpen? Ik zoek hij.
    2. Kan jij ik helpen? Ik zoek hem.
    3. Kun jij mij helpen? Ik zoek hij hem.
    4. Kun jij mij helpen? Ik zoek hem.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Kun jij mij helpen? Ik zoek hem.

    Het voorwerp is hem, niet hij.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    De gemeente heeft wij een brief gestuurd.

    1. De gemeente heeft wij een brief sturen.
    2. De gemeente heeft onze een brief gestuurd.
    3. De gemeente ons heeft een brief gestuurd.
    4. De gemeente heeft ons een brief gestuurd.
    Toon antwoord

    Antwoord: D De gemeente heeft ons een brief gestuurd.

    wij → ons als voorwerp.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Kies het goede woord.

    Ik heb het pakket. Ik geef _____ morgen aan u.

    1. hen
    2. haar
    3. het
    4. hem
    Toon antwoord

    Antwoord: C het

    Voor een ding gebruikt u het.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen