Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Money, shopping and transport

Geld, winkelen en vervoer

A1 · Beginner Words 74

Paying, exchanging, travelling — and what you say when it goes wrong.

These are the words of the “Money, shopping and transport” unit in the Zorg Space Dutch course, level A1. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
het bedragamountHet bedrag staat onderaan de bon.
korting krijgento get a discountMet deze kaart krijgt u korting.
de aanbetalingdown paymentWij vragen een aanbetaling van vijftig euro.
contant betalento pay cashKan ik contant betalen?
de pinpasdebit cardMijn pinpas doet het niet.
de creditcardcredit cardWij accepteren geen creditcard.
de geldautomaatcash machineDe geldautomaat staat bij de supermarkt.
het saldobalanceMijn saldo is te laag.
afschrijvento debitHet bedrag wordt de 25e afgeschreven.
bijschrijvento creditHet geld wordt morgen bijgeschreven.
bankpas blokkerento block a cardIk wil mijn bankpas blokkeren.
de pincodePINVergeet uw pincode niet.
bon bewarento keep the receiptBewaar de bon voor de garantie.
ruilen in de winkelto exchange in a shopIk wil deze waterkoker ruilen.
retournerento returnU kunt online gekochte spullen retourneren.
het garantiebewijswarranty certificateNeem het garantiebewijs mee.
defectfaultyHet apparaat is defect.
omruilento swap overWij ruilen hem gratis om.
bijbetalento pay the differenceMoet ik het verschil bijbetalen?
het verschildifferenceHet verschil is vijf euro.
op voorraadin stockDat model is niet op voorraad.
uitverkochtsold outDe aanbieding is uitverkocht.
vergelijkbaarcomparableEr staat een vergelijkbaar model.
merkloosunbrandedHet merkloze product is goedkoper.
de houdbaarheidsdatumbest-before dateKijk naar de houdbaarheidsdatum.
het statiegeldbottle depositOp de fles zit statiegeld.
de kassabontill receiptVraag om een kassabon.
de zelfscanself-scanIk gebruik altijd de zelfscan.
rij staanto queueBij de kassa moet je rij staan.
de boodschappenlijstshopping listMijn boodschappenlijst staat op mijn telefoon.
de dalurenkortingoff-peak discountMet dalurenkorting reist u goedkoper.
de spitsrush hourIn de spits is de trein vol.
de overstapchange, transferDe reis heeft één overstap.
het reisadviestravel adviceHet reisadvies staat in de app.
de vertrektijddeparture timeDe vertrektijd is 07:12 uur.
de aankomsttijdarrival timeDe aankomsttijd verandert door de vertraging.
de intercityintercity trainDe intercity is sneller dan de stoptrein.
WordMeaningExample
de stoptreinstopping trainDe stoptrein stopt op elk station.
de werkzaamhedenengineering worksDoor werkzaamheden rijden er minder treinen.
omleiding volgento follow a diversionVolg de omleiding naar de halte.
de incheckpaalcheck-in postCheck in bij de incheckpaal.
saldo opladento top upIk moet mijn saldo opladen.
het abonnementseason ticketMet een abonnement betaal je minder.
boete in de treinfine on the trainZonder kaartje krijgt u een boete in de trein.
de conducteurconductorDe conducteur controleert de kaartjes.
de perronwisselplatform changeLet op de perronwissel.
aansluiting missento miss a connectionIk heb mijn aansluiting gemist.
het vervangend vervoerreplacement transportEr rijdt vervangend vervoer.
de fietsenstallingbicycle parkingDe fietsenstalling is onder het station.
de lekke bandflat tyreIk heb een lekke band.
de fietsenmakerbicycle repairerDe fietsenmaker maakt hem morgen.
het slotlockDoe het slot op je fiets.
het achterlichtrear lightHet achterlicht doet het niet.
de verlichtinglightsZonder verlichting krijgt u een boete.
tweedehandssecond-handIk zoek een tweedehands fiets.
advertentie plaatsento place an advertZij plaatste een advertentie op internet.
ophalen bij de verkoperto collect from the sellerU haalt hem op bij de verkoper.
onderhandelento negotiateOver de prijs kun je onderhandelen.
de aanbiederproviderDeze aanbieder is goedkoper.
overstappen naarto switch toIk stap over naar een andere verzekeraar.
opzegtermijn van een abonnementcontract notice periodLet op de opzegtermijn van een abonnement.
de proefperiodetrial periodDe proefperiode duurt een maand.
het maandelijks bedragmonthly amountHet maandelijkse bedrag staat vast.
de verhogingincreaseDe verhoging is 7,35 euro.
besparento save (money)Zo bespaart u elke maand geld.
duurder wordento get more expensiveAlles wordt duurder.
goedkoper wordento get cheaperIn de zomer wordt het goedkoper.
gratis proberento try for freeU mag het een maand gratis proberen.
de klantenservicecustomer serviceBel de klantenservice met uw vraag.
wachten aan de lijnto hold the lineU moet even aan de lijn wachten.
terugbellento call backZij bellen u binnen een dag terug.
klacht indienento file a complaintU kunt een klacht indienen via de site.
oplossing zoekento look for a solutionSamen zoeken we een oplossing.
geduld hebbento be patientHeeft u nog even geduld?

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free