Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch vocabulary

Body and everyday health

Lichaam en dagelijkse gezondheid

A2 · Elementary Words 32

The complaints everyone has now and then, and what you do about them.

These are the words of the “Body and everyday health” unit in the Zorg Space Dutch course, level A2. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.

No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het

WordMeaningExample
de elleboogelbowIk stootte mijn elleboog tegen de deur.
de heuphipZij heeft pijn in haar heup.
de nekneckMijn nek is stijf van het slapen.
de ruggengraatspineDe arts maakte een foto van de ruggengraat.
de nagelnailIk heb mijn nagel gebroken.
de verkoudheida coldMet een verkoudheid blijf ik thuis.
hoestento coughHij moet de hele nacht hoesten.
niezento sneezeIn het voorjaar moet ik veel niezen.
koorts metento take a temperatureWilt u even koorts meten?
de ziekenboegsick bayOp school ligt hij in de ziekenboeg.
uitgerustrestedNa een weekend rust voel ik mij uitgerust.
moe wordento get tiredIk word snel moe van traplopen.
het slaaptekortlack of sleepDoor slaaptekort kan ik slecht denken.
goed slapento sleep wellIk kan de laatste tijd niet goed slapen.
gezond etento eat healthilyWij proberen thuis gezond te eten.
stoppen met rokento stop smokingHij wil stoppen met roken.
WordMeaningExample
alcohol minderento cut down on alcoholDe dokter zei dat ik alcohol moet minderen.
afvallento lose weightZij is vijf kilo afgevallen.
aankomen in gewichtto put on weightIn de winter kom ik aan in gewicht.
de conditiefitness, conditionDoor hardlopen wordt mijn conditie beter.
sporten voor gezondheidto exercise for your healthIk ga sporten voor mijn gezondheid.
ontspanning zoekento look for relaxationNa het werk moet ik ontspanning zoeken.
de ademhalingsoefeningbreathing exerciseEen ademhalingsoefening helpt tegen spanning.
de zonnebrandcrèmesunscreenSmeer de kinderen in met zonnebrandcrème.
de insectenbeetinsect biteDeze insectenbeet jeukt erg.
de blaarblisterDoor nieuwe schoenen heb ik een blaar.
de schaafwondgrazeHij viel en heeft een schaafwond.
pleister plakkento put on a plasterIk ga er een pleister op plakken.
ijs erop leggento put ice on itBij een blauwe plek kunt u ijs erop leggen.
rust nemento take a restU moet een paar dagen rust nemen.
beter wordento get betterHij is gelukkig weer beter geworden.
weer op de beenback on your feetNa een week was zij weer op de been.

Learn these words with spaced review

In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.

Start for free