Fixed combinations and prepositions
Vaste combinaties en voorzetsels
Which preposition goes with which verb — the thing A2 keeps tripping over.
These are the words of the “Fixed combinations and prepositions” unit in the Zorg Space Dutch course, level A2. Each noun is shown with its article (de or het), followed by its meaning in English and an example sentence in Dutch.
No single rule tells you whether a noun takes de or het, so learn every noun together with its article. Read the lesson on de or het
| Word | Meaning | Example |
|---|---|---|
| denken aan | to think of | Ik moet nog denken aan de boodschappen. |
| wachten op | to wait for | Wij wachten op de uitslag. |
| zoeken naar | to look for | Zij zoekt naar een nieuwe baan. |
| kijken naar | to watch | Wij kijken naar het nieuws. |
| luisteren naar | to listen to | Luister goed naar de vraag. |
| vragen om | to ask for | U kunt vragen om uitleg. |
| bang zijn voor | to be afraid of | Mijn dochter is bang voor honden. |
| trots zijn op | to be proud of | Wij zijn trots op onze zoon. |
| blij zijn met | to be pleased with | Ik ben blij met deze woning. |
| boos zijn op | to be angry with | Hij was boos op de buren. |
| klaar zijn met | to be finished with | Ik ben klaar met het formulier. |
| beginnen met | to start with | Wij beginnen met een korte oefening. |
| praten over | to talk about | Laten wij praten over de kosten. |
| schrijven over | to write about | Zij schrijft over haar eerste jaar hier. |
| twijfelen aan | to doubt | Ik twijfel aan dit antwoord. |
| geloven in | to believe in | Hij gelooft in een goede afloop. |
| rekenen op | to count on | U kunt op mij rekenen. |
| letten op | to pay attention to | Let op de tijd. |
| passen op | to look after | Mijn moeder past op de kinderen. |
| lijken op | to look like | Hij lijkt op zijn vader. |
| Word | Meaning | Example |
|---|---|---|
| reageren op | to respond to | Kunt u reageren op mijn mail? |
| antwoorden op | to answer | Zij antwoordde niet op mijn vraag. |
| bijdragen aan | to contribute to | Iedereen kan bijdragen aan de buurt. |
| deelnemen aan | to take part in | Wilt u deelnemen aan de cursus? |
| wennen aan | to get used to | Ik moet nog wennen aan het weer. |
| behoefte hebben aan | to need | Wij hebben behoefte aan meer informatie. |
| last hebben van | to be bothered by | Ik heb last van mijn rug. |
| zin hebben in | to fancy | Heb je zin in koffie? |
| moeite hebben met | to have trouble with | Zij heeft moeite met de uitspraak. |
| hulp bieden bij | to offer help with | De gemeente biedt hulp bij het formulier. |
| bestaan uit | to consist of | De cursus bestaat uit tien lessen. |
| zorgen dat | to make sure that | Zorg dat je op tijd bent. |
| ervoor zorgen dat | to see to it that | Ik zorg ervoor dat het klaar is. |
| erin slagen om | to succeed in | Hij slaagde erin om het te regelen. |
| de tijd nemen om | to take the time to | Neem de tijd om het te lezen. |
| in staat zijn om | to be able to | Zij is in staat om alleen te reizen. |
| van plan zijn om | to intend to | Wij zijn van plan om te verhuizen. |
| op het punt staan om | to be about to | Ik stond op het punt om te bellen. |
| stoppen met | to stop doing | Hij wil stoppen met roken. |
Learn these words with spaced review
In the Zorg Space app every word comes with a picture and its pronunciation, and comes back for review just before you would forget it.
Start for free