Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

groter, het grootst

A1 · Beginner Zelfstandige naamwoorden en beschrijven Vragen 10

De regel

Vergelijken doet u in het Nederlands met een uitgang, niet met een extra woord. Bij het bijvoeglijk naamwoord komt -er voor de vergelijking en -st voor de hoogste trap: groot, groter, het grootst; goedkoop, goedkoper, het goedkoopst. Na de vergelijking gebruikt u dan: Deze is goedkoper dan die. Even ... als betekent dat twee dingen gelijk zijn: Deze is even duur als die. Drie woorden zijn onregelmatig en die kent u zo: goed – beter – het best, veel – meer – het meest, weinig – minder – het minst.

Patroon

groot → GROTER dan → het GROOTST

Voorbeelden

  1. Deze jas is goedkoper dan die.

    -er + dan

  2. Dit is de grootste kamer.

    hoogste trap met -st

  3. Vandaag voel ik me beter.

    goed → beter

  4. De bus is even duur als de trein.

    even ... als = gelijk

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Deze is meer goedkoop dan die.

    Goed: Deze is goedkoper dan die.

    Het Nederlands gebruikt -er, niet meer.

  • Fout: Deze is goedkoper als die.

    Goed: Deze is goedkoper dan die.

    Na een vergelijking komt dan.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Deze fiets is _____ dan die. (goedkoop)

    1. goedkoper
    2. goedkope
    3. goedkoopst
    4. meer goedkoop
    Toon antwoord

    Antwoord: A Deze fiets is goedkoper dan die. (goedkoop)

    goedkoop → goedkoper.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Vandaag voel ik me _____ dan gisteren. (goed)

    1. gooder
    2. best
    3. beter
    4. meer goed
    Toon antwoord

    Antwoord: C Vandaag voel ik me beter dan gisteren. (goed)

    goed → beter, onregelmatig.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De trein is sneller _____ de bus.

    1. dat
    2. als
    3. van
    4. dan
    Toon antwoord

    Antwoord: D De trein is sneller dan de bus.

    Na een vergelijking komt dan.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Deze kamer is even groot _____ die.

    1. van
    2. dan
    3. als
    4. dat
    Toon antwoord

    Antwoord: C Deze kamer is even groot als die.

    even ... als betekent gelijk.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Dit is de _____ winkel van de stad. (groot)

    1. meest grote
    2. groter
    3. grootst
    4. grootste
    Toon antwoord

    Antwoord: D Dit is de grootste winkel van de stad. (groot)

    Hoogste trap met -ste voor het zelfstandig naamwoord.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Ik heb _____ tijd dan vorige week.

    1. veel meer dan
    2. meer
    3. meest
    4. veler
    Toon antwoord

    Antwoord: B meer

    veel → meer, onregelmatig.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Deze week heb ik _____ pijn dan vorige week.

    1. minst
    2. minder
    3. meer weinig
    4. weiniger
    Toon antwoord

    Antwoord: B minder

    weinig → minder.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Deze jas is meer duur dan die.

    1. Deze jas is duurder dan die.
    2. Deze jas is duurder als die.
    3. Deze jas is duurste dan die.
    4. Deze jas is meest duur dan die.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Deze jas is duurder dan die.

    duur → duurder, met -er.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Mijn Nederlands is beter als vorig jaar.

    1. Mijn Nederlands is best dan vorig jaar.
    2. Mijn Nederlands is meer goed dan vorig jaar.
    3. Mijn Nederlands is beter dan als vorig jaar.
    4. Mijn Nederlands is beter dan vorig jaar.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Mijn Nederlands is beter dan vorig jaar.

    Na beter komt dan.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Dat is de goedkoopst kaart.
    2. Dat is de meest goedkope kaart van goedkoop.
    3. Dat is de goedkoper kaart.
    4. Dat is de goedkoopste kaart.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Dat is de goedkoopste kaart.

    Voor het zelfstandig naamwoord krijgt de hoogste trap -ste.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen