Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

De -e bij het bijvoeglijk naamwoord

A1 · Beginner Zelfstandige naamwoorden en beschrijven Vragen 10

De regel

Staat er een bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord, dan krijgt het bijna altijd een -e: de grote kamer, het grote huis, een grote kamer, mooie schoenen. Er is één uitzondering en die moet u kennen: bij een het-woord met een of geen valt de -e weg. Dus een groot huis en geen groot huis, maar het grote huis. Staat het bijvoeglijk naamwoord achter het werkwoord, dan krijgt het nooit een -e: het huis is groot.

Patroon

DE grote kamer · HET grote huis · EEN grote kamer · EEN groot huis

Voorbeelden

  1. Wij zoeken een grote kamer.

    de-woord → wel -e

  2. Wij zoeken een groot huis.

    het-woord met een → geen -e

  3. Het grote huis staat te koop.

    het-woord met het → wel -e

  4. Het huis is groot.

    achter het werkwoord → geen -e

Veelgemaakte fouten

  • Fout: een grote huis

    Goed: een groot huis

    huis is een het-woord: na een valt de -e weg.

  • Fout: het groot huis

    Goed: het grote huis

    Na het komt wel een -e.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Wij hebben een _____ kamer nodig. (groot)

    1. groot
    2. grote
    3. grootste
    4. groter
    Toon antwoord

    Antwoord: B Wij hebben een grote kamer nodig. (groot)

    kamer is een de-woord → grote.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Zij wonen in een _____ huis. (klein)

    1. kleiner
    2. kleinst
    3. klein
    4. kleine
    Toon antwoord

    Antwoord: C Zij wonen in een klein huis. (klein)

    huis is een het-woord met een → klein.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Het _____ huis op de hoek is verkocht. (wit)

    1. witte
    2. witst
    3. wit
    4. witter
    Toon antwoord

    Antwoord: A Het witte huis op de hoek is verkocht. (wit)

    Na het komt wel de -e.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik heb _____ schoenen gekocht. (nieuw)

    1. nieuwe
    2. nieuwst
    3. nieuw
    4. nieuwer
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik heb nieuwe schoenen gekocht. (nieuw)

    Meervoud krijgt altijd -e.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    De kamer is niet _____. (groot)

    1. groot
    2. grote
    3. grootste
    4. groter
    Toon antwoord

    Antwoord: A De kamer is niet groot. (groot)

    Achter het werkwoord: geen -e.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik heb het geen groot probleem.
    2. Ik heb geen grote probleem.
    3. Ik heb geen groter probleem groot.
    4. Ik heb geen groot probleem.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik heb geen groot probleem.

    Bij geen + het-woord valt de -e weg.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Dit is mijne nieuw adres.
    2. Dit is mijn nieuwer adres.
    3. Dit is mijn nieuwe adres.
    4. Dit is mijn nieuw adres.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Dit is mijn nieuwe adres.

    Bij mijn en dit komt de -e er weer bij.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Wij zoeken een grote huis met een tuin.

    1. Wij zoeken het grote huis met een tuine.
    2. Wij zoeken een groot huis met een tuin.
    3. Wij zoeken een groot huis met een grote tuine.
    4. Wij zoeken een groot grote huis met tuin.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Wij zoeken een groot huis met een tuin.

    huis is een het-woord: een groot huis.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Het klein kind speelt buiten.

    1. Een kleine kind speelt buiten.
    2. Het klein kinderen speelt buiten.
    3. Het kleine kind speelt buiten.
    4. De kleine kind speelt buiten.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Het kleine kind speelt buiten.

    Na het komt de -e: het kleine kind.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Het lange formulier is lange.
    2. Het formulier is lange, maar het is niet moeilijke.
    3. Het formulier is langer, maar niet moeilijke.
    4. Het formulier is lang, maar het is niet moeilijk.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Het formulier is lang, maar het is niet moeilijk.

    Achter is krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen -e.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen