Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Er: staan, aantallen en voorzetsels

A2 · Elementair Verwijzen naar mensen en dingen Vragen 10

De regel

Er doet in het Nederlands drie dingen. Het zegt dat iets bestaat: "Er is een lift in het gebouw." Het vervangt een naamwoord na een getal: "Hoeveel kamers heeft de woning? Er zijn er drie." En het vervangt een ding na een voorzetsel: over de brief wordt erover, met de bus wordt ermee. In een lange zin schuift het voorzetsel naar achteren: "Ik heb er gisteren over gebeld."

Patroon

ER + werkwoord (bestaan) · ER … getal · ER + VOORZETSEL

Voorbeelden

  1. Er staat een fiets voor de deur.

    er zegt dat iets er is

  2. Wij hebben er nog twee.

    er vervangt het naamwoord na een getal

  3. Ik heb erover nagedacht.

    over de zaak → erover

  4. Zij belde er vanmorgen over.

    in een langere zin schuift over naar achteren

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Is een lift in het gebouw?

    Goed: Is er een lift in het gebouw?

    Om te zeggen dat iets bestaat hebt u er nodig.

  • Fout: Ik heb over het nagedacht.

    Goed: Ik heb erover nagedacht.

    Na een voorzetsel wordt het er.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Daar staat er een automaat bij de ingang er.
    2. Het staat een automaat bij de ingang.
    3. Staat een automaat bij de ingang.
    4. Er staat een automaat bij de ingang.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Er staat een automaat bij de ingang.

    Om te zeggen dat iets bestaat begint u met er.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Hoeveel formulieren hebt u? Ik heb _____ nog drie.

    1. er
    2. het
    3. die
    4. ze
    Toon antwoord

    Antwoord: A Hoeveel formulieren hebt u? Ik heb er nog drie.

    Na een getal komt er.

  3. 3Kies de juiste zin.

    Kies het goede woord.

    Ik heb de brief gelezen en ik heb _____ nagedacht.

    1. daarvan
    2. erover
    3. over het
    4. over die
    Toon antwoord

    Antwoord: B erover

    over de brief → erover.

  4. 4Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik heb erover gisteren met mijn buurman gesproken over.
    2. Ik heb er gisteren met mijn buurman over gesproken.
    3. Ik heb gisteren erover met mijn buurman over gesproken.
    4. Ik heb over er gisteren met mijn buurman gesproken.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Ik heb er gisteren met mijn buurman over gesproken.

    In een langere zin schuift het voorzetsel naar achteren.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Is er vandaag nog een afspraak vrij?
    2. Er is vandaag nog een afspraak vrij?
    3. Is vandaag nog een afspraak vrij er?
    4. Is het vandaag nog een afspraak vrij?
    Toon antwoord

    Antwoord: A Is er vandaag nog een afspraak vrij?

    Ook in een vraag staat er vooraan.

  6. 6Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Wij wachten op het al een uur.

    1. Wij er wachten al een uur op.
    2. Wij wachten al een uur op het.
    3. Wij wachten erop al een uur op.
    4. Wij wachten er al een uur op.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Wij wachten er al een uur op.

    op het wordt erop.

  7. 7Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Is een lift in dit gebouw?

    1. Is daar een lift in dit gebouw er?
    2. Is er een lift in dit gebouw?
    3. Er is een lift in dit gebouw is?
    4. Is het een lift in dit gebouw?
    Toon antwoord

    Antwoord: B Is er een lift in dit gebouw?

    Voeg er toe.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Kies het goede woord.

    Ik ben blij _____; het was precies wat ik zocht.

    1. mee er
    2. met het
    3. daarmee dat
    4. ermee
    Toon antwoord

    Antwoord: D ermee

    blij met iets → ermee.

  9. 9Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Zijn er nog maar er twee over.
    2. Er er zijn nog maar twee over.
    3. Er zijn nog maar twee over er.
    4. Er zijn er nog maar twee over.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Er zijn er nog maar twee over.

    Met een getal blijft er op zijn plek staan.

  10. 10Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Er wachtkamer in zitten de mensen veel

    Toon antwoord

    Antwoord: Er zitten veel mensen in de wachtkamer

    er, werkwoord, onderwerp, plaats.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen