Niet of geen, en waar het staat
De regel
Geen gebruikt u voor een zelfstandig naamwoord zonder lidwoord of met een: "Ik heb geen tijd", "Dat is geen probleem". Niet gebruikt u in alle andere gevallen: bij een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, of bij een naamwoord met de, het, mijn of deze: "Ik ken de arts niet." Niet staat achter het lijdend voorwerp en achter de tijd, maar vóór een plaatsbepaling, een bijvoeglijk naamwoord en een tweede werkwoord.
GEEN + naamwoord zonder lidwoord · … + NIET + plaats / adjectief / infinitief
Voorbeelden
Ik heb vandaag geen tijd.
geen voor een naamwoord zonder lidwoord
Ik ken die mevrouw niet.
niet bij een naamwoord met die
Wij gaan vanavond niet naar het feest.
niet voor de plaatsbepaling
Het formulier is niet moeilijk.
niet voor het bijvoeglijk naamwoord
Veelgemaakte fouten
-
Fout: Ik heb niet tijd.
Goed: Ik heb geen tijd.
Een naamwoord zonder lidwoord krijgt geen.
-
Fout: Ik ga geen naar de les.
Goed: Ik ga niet naar de les.
Bij een werkwoord met een plaats gebruikt u niet.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Vul de goede vorm in.
Ik heb deze week _____ tijd om te komen.
- niets
- niet
- geen
- nee
Toon antwoord
Antwoord: C Ik heb deze week geen tijd om te komen.
tijd staat zonder lidwoord: geen.
-
2Vul het gat in.
Vul de goede vorm in.
Ik begrijp deze brief _____.
- geen
- niets
- geen niet
- niet
Toon antwoord
Antwoord: D Ik begrijp deze brief niet.
Bij een naamwoord met deze gebruikt u niet.
-
3Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Wij gaan morgen niet naar de markt.
- Wij gaan morgen naar de markt niet.
- Wij niet gaan morgen naar de markt.
- Wij gaan niet morgen naar de markt niet.
Toon antwoord
Antwoord: A Wij gaan morgen niet naar de markt.
niet staat voor de plaatsbepaling.
-
4Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik ken uw collega niet.
- Ik ken niet uw collega.
- Ik niet ken uw collega.
- Ik ken uw niet collega.
Toon antwoord
Antwoord: A Ik ken uw collega niet.
niet staat achter het lijdend voorwerp.
-
5Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik kan niet vanmiddag komen niet.
- Ik kan vanmiddag niet komen.
- Ik kan vanmiddag komen niet.
- Ik niet kan vanmiddag komen.
Toon antwoord
Antwoord: B Ik kan vanmiddag niet komen.
niet staat voor de infinitief.
-
6Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Wij hebben niet een auto.
- Wij hebben geen auto.
- Wij niet hebben een auto.
- Wij hebben een auto niet geen.
- Wij hebben geen een auto.
Toon antwoord
Antwoord: A Wij hebben geen auto.
een auto wordt geen auto.
-
7Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Het antwoord is geen duidelijk voor mij.
- Het antwoord is duidelijk niet voor mij niet.
- Het antwoord niet is duidelijk voor mij.
- Het antwoord is niet duidelijk voor mij.
- Het antwoord is voor mij geen duidelijk.
Toon antwoord
Antwoord: C Het antwoord is niet duidelijk voor mij.
Bij een bijvoeglijk naamwoord gebruikt u niet.
-
8Kies de juiste zin.
Kies het goede woord.
Er zijn vandaag _____ afspraken meer vrij.
- geen
- niets
- nooit
- niet
Toon antwoord
Antwoord: A geen
afspraken staat zonder lidwoord: geen.
-
9Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik kom later omdat ik de bus haalde niet.
- Ik kom later omdat niet ik de bus haalde.
- Ik kom later omdat ik de bus niet haalde.
- Ik kom later omdat ik niet de bus haalde.
Toon antwoord
Antwoord: C Ik kom later omdat ik de bus niet haalde.
In een bijzin staat niet voor het werkwoord aan het eind.
-
10Zet de woorden in de juiste volgorde.
Zet de woorden in de goede volgorde.
heb Ik gehad geen tijd
Toon antwoord
Antwoord: Ik heb geen tijd gehad
geen voor het naamwoord, deelwoord achteraan.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen