Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch grammar

the article een

het lidwoord een

A0 · Starter Referring to people and things Questions 10

The rule

Where "the" has two forms, "a" has only one: een. It goes in front of de-words and het-words alike, so there is nothing to memorise here. In the plural it simply disappears: een boek becomes boeken. Do not confuse it with één (with accents), which means the number one.

Pattern

een man · een huis | mannen · huizen

Examples

  1. Ik heb een vraag.

    I have a question.

  2. Dat is een probleem.

    That is a problem.

  3. Ik heb vragen.

    I have questions — no article in the plural.

  4. Ik wil één kaartje.

    I want one ticket — the number.

Practice questions

Try each one yourself first, then open “Show answer” for the solution and the reason.

  1. 1Fill in the gap.

    Ik zoek _____ apotheek.

    1. één
    2. de
    3. een
    4. het
    Show answer

    Answer: C Ik zoek een apotheek.

    een goes before any singular noun.

  2. 2Choose the correct sentence.

    1. Ik heb een kinderen.
    2. Ik heb de kinderen een.
    3. Ik heb kinderen.
    4. Ik heb een kind een.
    Show answer

    Answer: C Ik heb kinderen.

    The plural takes no article.

  3. 3Fill in the gap.

    Mag ik _____ formulier?

    1. het
    2. een
    3. de
    Show answer

    Answer: B Mag ik een formulier?

    formulier is a het-word, but indefinite is still een.

  4. 4This sentence is wrong. Choose the fix.

    Ik wil een koffie en een thee, één kopjes.

    1. Ik wil een koffie en een thee, één kopjen.
    2. Ik wil een koffie en een thee, twee kopjes.
    3. Ik wil de koffie en de thee, één kopjes.
    4. Ik wil een koffie en een thee, een kopjes.
    Show answer

    Answer: B Ik wil een koffie en een thee, twee kopjes.

    één counts, and a number is followed by the plural.

  5. 5Put the words in the right order.

    een Ik openen bankrekening wil

    Show answer

    Answer: Ik wil een bankrekening openen

    The second verb goes at the end.

  6. 6Fill in the gap.

    Ik wil _____ afspraak maken.

    1. —
    2. een
    3. de
    4. het
    Show answer

    Answer: B Ik wil een afspraak maken.

    One appointment, not yet a specific one → een.

  7. 7Fill in the gap.

    Heeft u _____ pen voor mij?

    1. het
    2. de
    3. der
    4. een
    Show answer

    Answer: D Heeft u een pen voor mij?

    Any pen will do → een.

  8. 8Choose the correct sentence.

    1. Ik zoek het woning.
    2. Ik zoek de woning.
    3. Ik zoek een woning.
    4. Ik zoek woning een.
    Show answer

    Answer: C Ik zoek een woning.

    You have no particular flat in mind yet.

  9. 9Choose the correct sentence.

    1. Wij hebben kinderen.
    2. Wij hebben een kind een.
    3. Wij hebben de een kinderen.
    4. Wij hebben een kinderen.
    Show answer

    Answer: A Wij hebben kinderen.

    A plural takes no een.

  10. 10This sentence is wrong. Choose the fix.

    Ik heb een hoofdpijn.

    1. Ik heb hoofdpijn.
    2. Ik heb de hoofdpijn.
    3. Ik heb een hoofdpijnen.
    4. Ik heb het hoofdpijn.
    Show answer

    Answer: A Ik heb hoofdpijn.

    Complaints go without an article.

Practise this lesson in Zorg Space

In the app every rule becomes interactive practice: instant correction, reviews at the moment you are about to forget, and progress you can see from level to level — free.

Start for free