Het bijvoeglijk naamwoord
De regel
Staat het woord NA het zelfstandig naamwoord, met zijn ertussen, dan verandert er niets: Het huis is groot. Staat het ERVOOR, dan komt er meestal -e bij: de grote man, het grote huis, grote huizen. Eén uitzondering: bij een het-woord met een ervoor blijft het kaal — een groot huis.
Het huis is groot. → het grote huis → een groot huis
Voorbeelden
De kamer is klein.
Na het naamwoord: geen -e.
Dat is een kleine kamer.
de kamer → kleine
Dat is een klein huis.
een + het-woord → kaal
Het kleine huis is te duur.
het + naamwoord → kleine
Veelgemaakte fouten
-
Fout: een grote huis
Goed: een groot huis
een bij een het-woord laat het bijvoeglijk naamwoord kaal.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Mijn kamer is _____. (klein)
- kleinen
- kleiner
- kleine
- klein
Toon antwoord
Antwoord: D Mijn kamer is klein. (klein)
Na is: geen -e.
-
2Vul het gat in.
Wij zoeken een _____ woning. (goedkoop)
- goedkopen
- goedkoope
- goedkoop
- goedkope
Toon antwoord
Antwoord: D Wij zoeken een goedkope woning. (goedkoop)
de woning, dus -e.
-
3Vul het gat in.
Dat is een _____ probleem. (groot)
- groot
- grote
- grotere
- groten
Toon antwoord
Antwoord: A Dat is een groot probleem. (groot)
een + het-woord → kaal.
-
4Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Het groot huis staat te koop.
- Een grote huis staat te koop.
- Het groten huis staat te koop.
- Het grootte huis staat te koop.
- Het grote huis staat te koop.
Toon antwoord
Antwoord: D Het grote huis staat te koop.
Na het komt wel -e.
-
5Kies de juiste zin.
Welk paar klopt?
- een nieuw jas · een nieuw formulier
- een nieuwe jas · een nieuwe formulier
- een nieuw jas · een nieuwe formulier
- een nieuwe jas · een nieuw formulier
Toon antwoord
Antwoord: D een nieuwe jas · een nieuw formulier
een + de-woord krijgt -e, een + het-woord niet.
-
6Vul het gat in.
De huur is te _____. (hoog)
- hoogst
- hoog
- hogere
- hoge
Toon antwoord
Antwoord: B De huur is te hoog. (hoog)
Na het werkwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen -e.
-
7Vul het gat in.
Wij hebben een _____ tuin. (klein)
- kleine
- kleinen
- kleiner
- klein
Toon antwoord
Antwoord: A Wij hebben een kleine tuin. (klein)
Voor het zelfstandig naamwoord krijgt het -e.
-
8Kies de juiste zin.
- Het is een kleinen huis.
- Het is een klein huis.
- Het is klein huis.
- Het is een kleine huis.
Toon antwoord
Antwoord: B Het is een klein huis.
een plus een het-woord houdt het bijvoeglijk naamwoord kaal.
-
9Kies de juiste zin.
- De straat rustig is.
- De rustig straat is.
- De straat is rustige.
- De straat is rustig.
Toon antwoord
Antwoord: D De straat is rustig.
Na is blijft het bijvoeglijk naamwoord kaal.
-
10Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Ik zoek een groot woning.
- Ik zoek een groot woningen.
- Ik zoek een grote woning.
- Ik zoek grote een woning.
- Ik zoek een groten woning.
Toon antwoord
Antwoord: B Ik zoek een grote woning.
de woning, dus het bijvoeglijk naamwoord krijgt -e, ook na een.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen