Het werkwoord hebben
De regel
ik heb, jij hebt, u hebt of u heeft, hij/zij/het heeft, wij/jullie/zij hebben. Dezelfde regel als bij zijn geldt hier ook: achter het werkwoord verliest jij de -t — Heb jij tijd? Bij u zijn hebt en heeft allebei goed.
ik heb · jij hebt · hij heeft · wij hebben | Heb jij…?
Voorbeelden
Ik heb een vraag.
ik → heb
Hij heeft geen tijd.
hij → heeft
Wij hebben twee kinderen.
wij → hebben
Heb jij een pen?
Na het werkwoord: geen -t.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Ik _____ geen DigiD.
- heb
- hebt
- hebben
- heeft
Toon antwoord
Antwoord: A Ik heb geen DigiD.
ik → heb.
-
2Vul het gat in.
Mijn buurvrouw _____ een hond.
- heb
- heeft
- hebt
- hebben
Toon antwoord
Antwoord: B Mijn buurvrouw heeft een hond.
Eén persoon → heeft.
-
3Vul het gat in.
_____ jij mijn nummer?
- Hebben
- Heb
- Heeft
- Hebt
Toon antwoord
Antwoord: B Heb jij mijn nummer?
jij achter het werkwoord: geen -t.
-
4Kies de juiste zin.
Welke zin klopt?
- Heeft u een afspraak?
- Hebben u een afspraak?
- Heeft jij een afspraak?
- Heb u een afspraak?
Toon antwoord
Antwoord: A Heeft u een afspraak?
Bij u mag hebt of heeft.
-
5Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Wij heeft een nieuw adres.
- Wij heb een nieuw adres.
- Wij hebt een nieuw adres.
- Wij hebben een nieuwe adres.
- Wij hebben een nieuw adres.
Toon antwoord
Antwoord: D Wij hebben een nieuw adres.
wij → hebben.
-
6Zet de woorden in de juiste volgorde.
een Ik heb vraag
Toon antwoord
Antwoord: Ik heb een vraag
Onderwerp, werkwoord, rest.
-
7Vul het gat in.
Wij _____ een nieuw adres.
- hebben
- heeft
- hebt
- heb
Toon antwoord
Antwoord: A Wij hebben een nieuw adres.
wij hoort bij hebben.
-
8Vul het gat in.
_____ u een verzekering?
- Hebt
- Heb
- Heeft
- Hebben
Toon antwoord
Antwoord: C Heeft u een verzekering?
u hoort bij heeft.
-
9Kies de juiste zin.
U vraagt een collega naar zijn pauze.
- Hebt je pauze?
- Heb je pauze?
- Hebben je pauze?
- Heeft je pauze?
Toon antwoord
Antwoord: B Heb je pauze?
Met je achter het werkwoord valt de -t weg.
-
10Kies de juiste zin.
- Mijn zoon heeft hoofdpijn.
- Mijn zoon heb hoofdpijn.
- Mijn zoon hebben hoofdpijn.
- Mijn zoon hebt hoofdpijn.
Toon antwoord
Antwoord: A Mijn zoon heeft hoofdpijn.
Eén persoon, derde vorm → heeft.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen