Het werkwoord zijn
De regel
zijn is onregelmatig, dus u leert de vormen uit het hoofd: ik ben, jij/u bent, hij/zij/het is, wij/jullie/zij zijn. Eén ding valt op: staat jij ACHTER het werkwoord, dan verdwijnt de -t. Jij bent ziek, maar Ben jij ziek?
ik ben · jij bent · hij is · wij zijn | Ben jij…?
Voorbeelden
Ik ben Ahmed.
ik → ben
Zij is de huisarts.
hij/zij → is
Wij zijn hier nieuw.
wij → zijn
Ben jij de buurman?
Na het werkwoord: geen -t.
Veelgemaakte fouten
-
Fout: Bent jij ziek?
Goed: Ben jij ziek?
jij achter het werkwoord verliest de -t.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Ik _____ te laat.
- ben
- is
- bent
- zijn
Toon antwoord
Antwoord: A Ik ben te laat.
ik → ben.
-
2Vul het gat in.
Mijn dochter _____ acht jaar.
- is
- bent
- zijn
- ben
Toon antwoord
Antwoord: A Mijn dochter is acht jaar.
Eén persoon → is.
-
3Vul het gat in.
Wij _____ uit Syrië.
- is
- zijn
- bent
- ben
Toon antwoord
Antwoord: B Wij zijn uit Syrië.
wij → zijn.
-
4Verander de zin.
Maak er een vraag van.
Jij bent de nieuwe collega.
- Zijn jij de nieuwe collega?
- Ben jij de nieuwe collega?
- Bent jij de nieuwe collega?
- Jij bent de nieuwe collega?
Toon antwoord
Antwoord: B Ben jij de nieuwe collega?
Werkwoord vooraan, en de -t valt weg.
-
5Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
De kinderen is op school.
- De kinderen ben op school.
- De kind zijn op school.
- De kinderen zijn op school.
- De kinderen bent op school.
Toon antwoord
Antwoord: C De kinderen zijn op school.
Meervoud → zijn.
-
6Zet de woorden in de juiste volgorde.
ziek Ik vandaag ben
Toon antwoord
Antwoord: Ik ben vandaag ziek
Het werkwoord staat op plaats twee.
-
7Vul het gat in.
Wij _____ de nieuwe buren.
- zijn
- bent
- is
- ben
Toon antwoord
Antwoord: A Wij zijn de nieuwe buren.
wij hoort bij zijn.
-
8Vul het gat in.
_____ u de huisarts?
- Is
- Ben
- Zijn
- Bent
Toon antwoord
Antwoord: D Bent u de huisarts?
u hoort bij bent, ook in een vraag.
-
9Kies de juiste zin.
Het kind is ziek.
- Het kind ben ziek.
- Het kind bent ziek.
- Het kind zijn ziek.
- Het kind is ziek.
Toon antwoord
Antwoord: D Het kind is ziek.
Eén kind → is.
-
10Kies de juiste zin.
- Ik ben te vroeg.
- Ik zijn te vroeg.
- Ik is te vroeg.
- Ik bent te vroeg.
Toon antwoord
Antwoord: A Ik ben te vroeg.
ik hoort bij ben.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen