Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Het meervoud

A0 · Start Zelfstandige naamwoorden en beschrijven Vragen 10

De regel

De meeste woorden krijgen -en: boek wordt boeken, vraag wordt vragen. Woorden die eindigen op -el, -em, -en, -er of -je krijgen -s: tafels, kamers, meisjes. Eindigt een woord op een losse klinker, dan komt er 's: foto's, taxi's. Let ook op de spelling: man wordt mannen (korte klank verdubbelt), boot wordt boten (lange klank verliest een letter), brief wordt brieven en huis wordt huizen.

Patroon

boek → boeken · tafel → tafels · foto → foto's

Voorbeelden

  1. één vraag → twee vragen

    +en

  2. de tafel → de tafels

    -el, dus +s

  3. de man → de mannen

    korte klank verdubbelt

  4. de brief → de brieven

    f wordt v

Veelgemaakte fouten

  • Fout: twee kinds

    Goed: twee kinderen

    kind heeft een onregelmatig meervoud.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Ik heb twee _____. (kind)

    1. kinden
    2. kinds
    3. kindes
    4. kinderen
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik heb twee kinderen. (kind)

    kind is onregelmatig: kinderen.

  2. 2Vul het gat in.

    Er staan drie _____ in de kamer. (tafel)

    1. tafelen
    2. tafeles
    3. tafels
    4. tafel's
    Toon antwoord

    Antwoord: C Er staan drie tafels in de kamer. (tafel)

    Woord op -el krijgt -s.

  3. 3Vul het gat in.

    Ik heb twee _____ gekregen. (brief)

    1. briefs
    2. brievens
    3. brieven
    4. briefen
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik heb twee brieven gekregen. (brief)

    f wordt v in het meervoud.

  4. 4Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Ik maak twee foto en.

    1. Ik maak twee foto'en.
    2. Ik maak twee foto's.
    3. Ik maak twee fotoen.
    4. Ik maak twee fotos.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Ik maak twee foto's.

    Losse klinker krijgt 's.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Welke rij klopt helemaal?

    1. huizen · manen · kamers
    2. huisen · mannen · kameren
    3. huises · mans · kamer's
    4. huizen · mannen · kamers
    Toon antwoord

    Antwoord: D huizen · mannen · kamers

    huis → huizen, man → mannen, kamer → kamers.

  6. 6Vul het gat in.

    Wij hebben twee _____. (kind)

    1. kinderen
    2. kinds
    3. kinden
    4. kindes
    Toon antwoord

    Antwoord: A Wij hebben twee kinderen. (kind)

    kind is onregelmatig: kinderen.

  7. 7Vul het gat in.

    Er zijn twee _____ in het huis. (slaapkamer)

    1. slaapkamers
    2. slaapkameren
    3. slaapkameres
    4. slaapkamer
    Toon antwoord

    Antwoord: A Er zijn twee slaapkamers in het huis. (slaapkamer)

    De meeste woorden krijgen -s of -en; dit woord -s.

  8. 8Kies de juiste zin.

    1. Ik neem twee kilo appels.
    2. Ik neem twee kilo appelen.
    3. Ik neem twee kilo appel.
    4. Ik neem twee kilos appel.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik neem twee kilo appels.

    appel → appels.

  9. 9Kies de juiste zin.

    1. De burenen maken veel lawaai.
    2. De buur maken veel lawaai.
    3. De buren maken veel lawaai.
    4. De buurs maken veel lawaai.
    Toon antwoord

    Antwoord: C De buren maken veel lawaai.

    buur → buren.

  10. 10Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Ik heb drie kind.

    1. Ik heb drie kindere.
    2. Ik heb drie kinderen.
    3. Ik heb drie het kinderen.
    4. Ik heb drie kinds.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Ik heb drie kinderen.

    Een getal boven één vraagt het meervoud.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen