Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

en, maar, want, of

A0 · Start Zinnen verbinden Vragen 10

De regel

Met deze vier woorden plakt u twee zinnen aan elkaar: en (erbij), maar (tegenstelling), want (reden), of (keuze). Het prettige eraan is dat ze NIETS veranderen aan de volgorde — beide helften blijven gewone hoofdzinnen met het werkwoord op plaats twee. Ik ben ziek en ik kan niet komen.

Patroon

[hoofdzin] en / maar / want / of [hoofdzin]

Voorbeelden

  1. Ik ben ziek en kan niet komen.

    en verbindt

  2. Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.

    maar = tegenstelling

  3. Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

    want = reden

  4. Komt u vandaag of morgen?

    of = keuze

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Ik blijf thuis, _____ ik ben ziek.

    1. maar
    2. en
    3. want
    4. of
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

    Reden → want.

  2. 2Vul het gat in.

    Ik wil graag komen, _____ ik moet werken.

    1. en
    2. of
    3. want
    4. maar
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik wil graag komen, maar ik moet werken.

    Tegenstelling → maar.

  3. 3Vul het gat in.

    Wilt u thee _____ koffie?

    1. maar
    2. of
    3. want
    4. en
    Toon antwoord

    Antwoord: B Wilt u thee of koffie?

    Keuze → of.

  4. 4Kies de juiste zin.

    1. Ik ben ziek en kan niet komen.
    2. Ik ben ziek en ik niet kan komen.
    3. Ik ben ziek en komen kan niet.
    4. Ik ben ziek en niet kan komen.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik ben ziek en kan niet komen.

    Na en blijft de volgorde gewoon.

  5. 5Zet de woorden in de juiste volgorde.

    want thuis ziek Ik ben blijf ik

    Toon antwoord

    Antwoord: Ik blijf thuis want ik ben ziek

    Beide helften zijn gewone hoofdzinnen.

  6. 6Vul het gat in.

    Ik wil komen, _____ ik heb geen tijd.

    1. maar
    2. en
    3. of
    4. want
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.

    Een tegenstelling → maar.

  7. 7Kies de juiste zin.

    1. Wilt u of thee koffie?
    2. Wilt u thee want koffie?
    3. Wilt u thee en koffie of?
    4. Wilt u thee of koffie?
    Toon antwoord

    Antwoord: D Wilt u thee of koffie?

    Een keuze tussen twee → of.

  8. 8Kies de juiste zin.

    1. Ik werk hier en mijn vrouw werkt daar.
    2. En ik werk hier mijn vrouw werkt daar.
    3. Ik werk hier en mijn vrouw daar werkt.
    4. Ik werk hier en werkt mijn vrouw daar.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik werk hier en mijn vrouw werkt daar.

    en verbindt twee gewone hoofdzinnen; de volgorde blijft.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Ik kom niet, want ik heb geen tijd niet.

    1. Ik kom niet, want ik geen tijd heb.
    2. Ik niet kom, want ik heb geen tijd.
    3. Ik kom niet, want ik heb geen tijd.
    4. Ik kom niet, maar ik heb geen tijd.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik kom niet, want ik heb geen tijd.

    Elke zin ontkent één keer, en na want blijft de volgorde normaal.

  10. 10Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Ik bel u, of ik stuur een bericht en.

    1. Ik bel u, of stuur ik een bericht.
    2. Of ik bel u ik stuur een bericht.
    3. Ik bel u en of ik stuur een bericht.
    4. Ik bel u of ik stuur een bericht.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik bel u of ik stuur een bericht.

    Eén verbindingswoord tussen de twee zinnen is genoeg.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen