De hoofdzin
De regel
In een gewone Nederlandse mededeling staat het werkwoord op de TWEEDE plaats. Niet het tweede woord — de tweede plek. Eerst het onderwerp, dan het werkwoord, dan de rest: Ik werk vandaag in Amsterdam. Ook Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam volgt die regel, want Mijn oudste dochter is samen één plek.
[onderwerp] [WERKWOORD] [de rest] → Ik werk vandaag in Amsterdam.
Voorbeelden
Ik werk vandaag in Amsterdam.
werk op plaats 2
Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam.
Vier woorden, één plek.
De bus vertrekt om acht uur.
vertrekt op plaats 2
Ik heb om tien uur een afspraak bij de dokter.
heb op plaats 2
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Kies de juiste zin.
- Om tien uur ik heb een afspraak bij de dokter.
- Heb ik om tien uur een afspraak bij de dokter.
- Ik om tien uur heb een afspraak bij de dokter.
- Ik heb om tien uur een afspraak bij de dokter.
Toon antwoord
Antwoord: D Ik heb om tien uur een afspraak bij de dokter.
Het werkwoord staat op plaats twee.
-
2Zet de woorden in de juiste volgorde.
in werk Ik restaurant een
Toon antwoord
Antwoord: Ik werk in een restaurant
Onderwerp, werkwoord, rest.
-
3Zet de woorden in de juiste volgorde.
om vertrekt acht De uur bus
Toon antwoord
Antwoord: De bus vertrekt om acht uur
De bus is samen plaats één.
-
4Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Mijn broer in Rotterdam woont.
- Mijn broer in Rotterdam woont niet.
- In Rotterdam mijn broer woont.
- Woont mijn broer in Rotterdam.
- Mijn broer woont in Rotterdam.
Toon antwoord
Antwoord: D Mijn broer woont in Rotterdam.
Het werkwoord hoort op plaats twee, niet achteraan.
-
5Kies de juiste zin.
- Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam.
- Mijn oudste werkt dochter in Amsterdam.
- Mijn werkt oudste dochter in Amsterdam.
- Werkt mijn oudste dochter in Amsterdam.
Toon antwoord
Antwoord: A Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam.
Mijn oudste dochter is samen plaats één.
-
6Zet de woorden in de juiste volgorde.
de Ik naar ga apotheek
Toon antwoord
Antwoord: Ik ga naar de apotheek
Onderwerp, werkwoord, dan de rest.
-
7Zet de woorden in de juiste volgorde.
werk Mijn nog zoekt man
Toon antwoord
Antwoord: Mijn man zoekt nog werk
Mijn man is samen plaats één, dus het werkwoord staat op twee.
-
8Kies de juiste zin.
- Helpt mijn dochter mij met Nederlands.
- Mijn dochter mij helpt met Nederlands.
- Mijn helpt dochter mij met Nederlands.
- Mijn dochter helpt mij met Nederlands.
Toon antwoord
Antwoord: D Mijn dochter helpt mij met Nederlands.
Het werkwoord is de tweede plaats, niet het tweede woord.
-
9Kies de juiste zin.
- Heeft de buurvrouw de sleutel.
- De buurvrouw de sleutel heeft.
- De heeft buurvrouw de sleutel.
- De buurvrouw heeft de sleutel.
Toon antwoord
Antwoord: D De buurvrouw heeft de sleutel.
Een mededeling houdt het werkwoord op plaats twee.
-
10Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Ik elke dag werk.
- Ik werk elke dag.
- Ik elke dag werken.
- Werk ik elke dag.
- Elke dag ik werk.
Toon antwoord
Antwoord: A Ik werk elke dag.
Het werkwoord kan niet voorbij plaats twee.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen