Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

De hoofdzin

A0 · Start De zin bouwen Vragen 10

De regel

In een gewone Nederlandse mededeling staat het werkwoord op de TWEEDE plaats. Niet het tweede woord — de tweede plek. Eerst het onderwerp, dan het werkwoord, dan de rest: Ik werk vandaag in Amsterdam. Ook Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam volgt die regel, want Mijn oudste dochter is samen één plek.

Patroon

[onderwerp] [WERKWOORD] [de rest] → Ik werk vandaag in Amsterdam.

Voorbeelden

  1. Ik werk vandaag in Amsterdam.

    werk op plaats 2

  2. Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam.

    Vier woorden, één plek.

  3. De bus vertrekt om acht uur.

    vertrekt op plaats 2

  4. Ik heb om tien uur een afspraak bij de dokter.

    heb op plaats 2

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    1. Om tien uur ik heb een afspraak bij de dokter.
    2. Heb ik om tien uur een afspraak bij de dokter.
    3. Ik om tien uur heb een afspraak bij de dokter.
    4. Ik heb om tien uur een afspraak bij de dokter.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik heb om tien uur een afspraak bij de dokter.

    Het werkwoord staat op plaats twee.

  2. 2Zet de woorden in de juiste volgorde.

    in werk Ik restaurant een

    Toon antwoord

    Antwoord: Ik werk in een restaurant

    Onderwerp, werkwoord, rest.

  3. 3Zet de woorden in de juiste volgorde.

    om vertrekt acht De uur bus

    Toon antwoord

    Antwoord: De bus vertrekt om acht uur

    De bus is samen plaats één.

  4. 4Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Mijn broer in Rotterdam woont.

    1. Mijn broer in Rotterdam woont niet.
    2. In Rotterdam mijn broer woont.
    3. Woont mijn broer in Rotterdam.
    4. Mijn broer woont in Rotterdam.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Mijn broer woont in Rotterdam.

    Het werkwoord hoort op plaats twee, niet achteraan.

  5. 5Kies de juiste zin.

    1. Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam.
    2. Mijn oudste werkt dochter in Amsterdam.
    3. Mijn werkt oudste dochter in Amsterdam.
    4. Werkt mijn oudste dochter in Amsterdam.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Mijn oudste dochter werkt in Amsterdam.

    Mijn oudste dochter is samen plaats één.

  6. 6Zet de woorden in de juiste volgorde.

    de Ik naar ga apotheek

    Toon antwoord

    Antwoord: Ik ga naar de apotheek

    Onderwerp, werkwoord, dan de rest.

  7. 7Zet de woorden in de juiste volgorde.

    werk Mijn nog zoekt man

    Toon antwoord

    Antwoord: Mijn man zoekt nog werk

    Mijn man is samen plaats één, dus het werkwoord staat op twee.

  8. 8Kies de juiste zin.

    1. Helpt mijn dochter mij met Nederlands.
    2. Mijn dochter mij helpt met Nederlands.
    3. Mijn helpt dochter mij met Nederlands.
    4. Mijn dochter helpt mij met Nederlands.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Mijn dochter helpt mij met Nederlands.

    Het werkwoord is de tweede plaats, niet het tweede woord.

  9. 9Kies de juiste zin.

    1. Heeft de buurvrouw de sleutel.
    2. De buurvrouw de sleutel heeft.
    3. De heeft buurvrouw de sleutel.
    4. De buurvrouw heeft de sleutel.
    Toon antwoord

    Antwoord: D De buurvrouw heeft de sleutel.

    Een mededeling houdt het werkwoord op plaats twee.

  10. 10Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Ik elke dag werk.

    1. Ik werk elke dag.
    2. Ik elke dag werken.
    3. Werk ik elke dag.
    4. Elke dag ik werk.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik werk elke dag.

    Het werkwoord kan niet voorbij plaats twee.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen