Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

De verleden tijd van zwakke werkwoorden

A2 · Elementair Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Naast de voltooide tijd heeft het Nederlands een verleden tijd. Bij zwakke werkwoorden plakt u -te of -de achter de stam: werken wordt werkte, wonen wordt woonde. Het is -te na de letters van "'t kofschip" (t, k, f, s, ch, p) en anders -de. In het meervoud komt er -n bij: werkten, woonden. Deze vorm gebruikt u als u vertelt wat er gebeurde, vooral in een verhaal met meer dan één zin.

Patroon

stam + TE / DE (meervoud + N)

Voorbeelden

  1. Ik werkte vorig jaar in een winkel.

    werken → werkte, met -te na k

  2. Wij woonden toen in Utrecht.

    wonen → woonden, met -de en meervoud -n

  3. Zij betaalde de rekening meteen.

    betalen → betaalde

  4. De les duurde twee uur.

    duren → duurde

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Ik werkde in een winkel.

    Goed: Ik werkte in een winkel.

    werken eindigt op k, dus -te.

  • Fout: Wij woonde in Utrecht.

    Goed: Wij woonden in Utrecht.

    In het meervoud komt er -n bij.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Vorig jaar _____ ik in een supermarkt. (werken)

    1. gewerkt
    2. werkde
    3. werken
    4. werkte
    Toon antwoord

    Antwoord: D Vorig jaar werkte ik in een supermarkt. (werken)

    werken eindigt op k → werkte.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Wij _____ toen nog in Almere. (wonen)

    1. woonten
    2. woonde
    3. gewoond
    4. woonden
    Toon antwoord

    Antwoord: D Wij woonden toen nog in Almere. (wonen)

    wonen eindigt op n → woonde, meervoud woonden.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Zij _____ de rekening gisteren. (betalen)

    1. betaald
    2. betaalte
    3. betaalde
    4. betaalden
    Toon antwoord

    Antwoord: C Zij betaalde de rekening gisteren. (betalen)

    betalen eindigt op l → betaalde met -de.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    De cursus _____ tien weken. (duren)

    1. duurte
    2. geduurd
    3. duurden
    4. duurde
    Toon antwoord

    Antwoord: D De cursus duurde tien weken. (duren)

    duren eindigt op r → duurde.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    De buurvrouw _____ op onze kinderen. (passen)

    1. pasde
    2. gepast
    3. pasten
    4. paste
    Toon antwoord

    Antwoord: D De buurvrouw paste op onze kinderen. (passen)

    passen eindigt op s → paste met -te.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Ik _____ de deur en ging naar binnen.

    1. geopend
    2. opende
    3. openten
    4. openende
    Toon antwoord

    Antwoord: B opende

    openen eindigt op n → opende.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik belde de dokter en maakte een afspraak.
    2. Ik belde de dokter en heb maakte een afspraak.
    3. Ik belde de dokter en maak een afspraak.
    4. Ik bel de dokter en maakte een afspraak.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik belde de dokter en maakte een afspraak.

    In een verhaal blijft de hele zin in de verleden tijd.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Zij werkde drie jaar in de zorg.

    1. Zij werkten drie jaar in de zorg.
    2. Zij werkte drie jaar in de zorg.
    3. Zij werkt drie jaar in de zorg gisteren.
    4. Zij heeft werkte drie jaar in de zorg.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Zij werkte drie jaar in de zorg.

    werken eindigt op k, dus -te en niet -de.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Wij luisterde naar de uitleg van de arts.

    1. Wij luisterden naar de uitleg van de arts.
    2. Wij luisterten naar de uitleg van de arts.
    3. Wij hebben luisterden naar de uitleg.
    4. Wij luisterde naar de uitleg van de arts wel.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Wij luisterden naar de uitleg van de arts.

    Wij is meervoud, dus luisterden met -n.

  10. 10Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    ik Vorige in week werkte Rotterdam

    Toon antwoord

    Antwoord: Vorige week werkte ik in Rotterdam

    Na een tijdwoord vooraan staat het werkwoord op plaats twee.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen