Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Hiermee, daarvan, waarbij: verwijzen met voorzetsels

B2 · Gevorderd Verwijzen naar mensen en dingen Vragen 10

De regel

Naar een ding verwijst u niet met voorzetsel + het, maar met er/daar/hier/waar + voorzetsel aan elkaar gedacht: niet met het maar ermee, niet van dat maar daarvan. Hier- wijst dichtbij in de tekst (hiermee bevestigen wij…), daar- verder terug, waar- opent een bijzin of vraag: de regeling waarvan u gebruikmaakt. Met mensen blijft het voorzetsel + wie: de collega met wie ik werk. In formele brieven draagt dit systeem halve alinea’s: hierbij, daartoe, waaronder.

Patroon

ER/DAAR/HIER/WAAR + VOORZETSEL (aaneen) — personen: voorzetsel + WIE

Voorbeelden

  1. Hierbij ontvangt u het besluit; daartegen kunt u bezwaar maken.

    Hier- dichtbij, daar- verwijst terug.

  2. Er zijn drie opties, waarvan er één binnen het budget past.

    Waarvan opent de bijzin.

  3. Wij gaan ervan uit dat de gegevens actueel zijn.

    Vaste verbinding: ervan uitgaan dat.

  4. De cliënt over wie wij spraken, is vandaag ontslagen.

    Persoon: over wie, niet waarover.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Wij gaan uit van het dat de gegevens kloppen.

    Goed: Wij gaan ervan uit dat de gegevens kloppen.

    Voorzetsel + het wordt er + voorzetsel.

  • Fout: De collega waarmee ik de dienst deel, is ziek.

    Goed: De collega met wie ik de dienst deel, is ziek.

    Verzorgd Nederlands houdt voor personen met wie aan.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Wij gaan _____ uit dat de gegevens actueel zijn.

    1. van het
    2. ervan
    3. eruit
    4. ervoor
    Toon antwoord

    Antwoord: B Wij gaan ervan uit dat de gegevens actueel zijn.

    Uitgaan van: van + het versmelt tot ervan.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Hebt u de brochure gelezen? Staan alle tarieven _____?

    1. erop
    2. in het
    3. erin
    4. ervan
    Toon antwoord

    Antwoord: C Hebt u de brochure gelezen? Staan alle tarieven erin?

    In de brochure → erin.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    _____ ontvangt u het besluit; bewaar deze brief goed.

    1. Erbij
    2. Hierbij
    3. Waarbij
    4. Daarbij
    Toon antwoord

    Antwoord: B Hierbij ontvangt u het besluit; bewaar deze brief goed.

    Hier- wijst naar deze brief zelf.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Er zijn drie opties, _____ er één binnen het budget past.

    1. daarvan
    2. ervan
    3. waarvan
    4. van wie
    Toon antwoord

    Antwoord: C Er zijn drie opties, waarvan er één binnen het budget past.

    Waar- opent de bijzin: waarvan.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De regeling _____ u gebruikmaakt, stopt per 1 januari.

    1. waarvan
    2. waarop
    3. waarin
    4. waarmee
    Toon antwoord

    Antwoord: A De regeling waarvan u gebruikmaakt, stopt per 1 januari.

    Gebruikmaken van → waarvan.

  6. 6Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De collega _____ ik de dienst deel, is vandaag vrij.

    1. waarmee
    2. met wie
    3. met die
    4. wie
    Toon antwoord

    Antwoord: B De collega met wie ik de dienst deel, is vandaag vrij.

    Een persoon: met wie, niet waarmee.

  7. 7Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Wij gaan uit van het dat de gegevens kloppen.

    1. Wij gaan eruit van dat de gegevens kloppen.
    2. Wij gaan ervan uit gaan dat de gegevens kloppen.
    3. Wij gaan van het uit dat de gegevens kloppen.
    4. Wij gaan ervan uit dat de gegevens kloppen.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Wij gaan ervan uit dat de gegevens kloppen.

    Voorzetsel + het bestaat niet; het wordt ervan.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Kies het goede woord.

    U ontvangt hierbij het besluit; _____ kunt u binnen zes weken bezwaar maken.

    1. tegen het
    2. daartegen
    3. waartegen
    4. daarvoor
    Toon antwoord

    Antwoord: B daartegen

    Daar- verwijst terug naar het besluit.

  9. 9Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    _____ verwijst dit dossiernummer?

    1. Naar wat
    2. Waarnaar
    3. Waarvan
    4. Waaraan
    Toon antwoord

    Antwoord: B Waarnaar verwijst dit dossiernummer?

    Verwijzen naar + vraag = waarnaar.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Welke zin betekent hetzelfde?

    Wij zoeken een oplossing voor dit probleem.

    1. Wij zoeken er een oplossing voor.
    2. Wij zoeken een oplossing ervoor voor.
    3. Wij zoeken er voor een oplossing.
    4. Wij zoeken voor het een oplossing.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Wij zoeken er een oplossing voor.

    Er en voor mogen splitsen: er … voor.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen