Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Voordat, nadat en terwijl

A2 · Elementair Zinnen verbinden Vragen 10

De regel

Deze drie zeggen wanneer iets gebeurde ten opzichte van iets anders. Voordat betekent eerder: "Voordat ik ging, belde ik u." Nadat betekent later: "Nadat ik gebeld had, ging ik." Terwijl betekent tegelijk: "Terwijl ik kookte, deed hij de was." Alle drie zijn ze onderschikkend, dus het werkwoord van hun eigen zin staat aan het eind, en de hoofdzin die daarna komt begint met het werkwoord.

Patroon

VOORDAT / NADAT / TERWIJL + … + WERKWOORD , WERKWOORD + rest

Voorbeelden

  1. Voordat u binnenkomt, meldt u zich bij de balie.

    eerst melden, dan binnenkomen

  2. Nadat de arts mij onderzocht had, kreeg ik een recept.

    eerst het onderzoek, dan het recept

  3. Terwijl ik wachtte, vulde ik het formulier in.

    tegelijk

  4. Terwijl mijn man werkt, breng ik de kinderen weg.

    ook in het heden

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Voordat ik ga naar huis, bel ik u.

    Goed: Voordat ik naar huis ga, bel ik u.

    Het werkwoord sluit de bijzin af.

  • Fout: Terwijl ik kookte, hij deed de was.

    Goed: Terwijl ik kookte, deed hij de was.

    De hoofdzin begint met het werkwoord.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    _____ ik wegging, deed ik het licht uit.

    1. Omdat
    2. Terwijl
    3. Voordat
    4. Nadat
    Toon antwoord

    Antwoord: C Voordat ik wegging, deed ik het licht uit.

    Eerst weggaan zeggen: voordat.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    _____ ik de brief gelezen had, belde ik de gemeente.

    1. Voordat
    2. Terwijl
    3. Toen dat
    4. Nadat
    Toon antwoord

    Antwoord: D Nadat ik de brief gelezen had, belde ik de gemeente.

    Het lezen kwam eerst: nadat.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    _____ de kinderen sliepen, maakte ik het huis schoon.

    1. Nadat
    2. Dus
    3. Terwijl
    4. Voordat
    Toon antwoord

    Antwoord: C Terwijl de kinderen sliepen, maakte ik het huis schoon.

    Tegelijk: terwijl.

  4. 4Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Voordat u stuurt het formulier in, controleert u alles.
    2. Voordat instuurt u het formulier, controleert u alles.
    3. Voordat u het formulier instuurt, controleert u alles.
    4. Voordat u het formulier instuurt, u controleert alles.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Voordat u het formulier instuurt, controleert u alles.

    Het werkwoord van de bijzin staat aan het eind.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Terwijl ik in de wachtkamer zat, las ik de folder.
    2. Terwijl ik in de wachtkamer zat, ik las de folder.
    3. Terwijl in de wachtkamer ik zat, las ik de folder.
    4. Terwijl ik zat in de wachtkamer, las ik de folder.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Terwijl ik in de wachtkamer zat, las ik de folder.

    Na de bijzin begint de hoofdzin met het werkwoord.

  6. 6Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Nadat wij hebben gegeten, gingen wij wandelen.

    1. Nadat gegeten wij hadden, gingen wij wandelen.
    2. Nadat wij hadden gegeten, wij gingen wandelen.
    3. Nadat wij gegeten hadden, gingen wij wandelen.
    4. Nadat wij gegeten hebben, gingen wij wandelen.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Nadat wij gegeten hadden, gingen wij wandelen.

    Bij nadat past de voltooid verleden vorm: hadden gegeten.

  7. 7Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Terwijl ik werk, mijn man kookt.

    1. Terwijl ik werk, kookt mijn man wel kookt.
    2. Terwijl ik werk, kookt mijn man.
    3. Terwijl werk ik, kookt mijn man.
    4. Terwijl ik werk, mijn man kookt wel.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Terwijl ik werk, kookt mijn man.

    De hoofdzin begint met het werkwoord.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Kies het goede woord.

    Ik zet mijn telefoon uit _____ de les begint.

    1. terwijl
    2. omdat
    3. nadat
    4. voordat
    Toon antwoord

    Antwoord: D voordat

    Het uitzetten komt eerder: voordat.

  9. 9Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Nadat breng ik de kinderen naar school, ga ik werken.
    2. Nadat ik breng de kinderen naar school, ga ik werken.
    3. Nadat ik de kinderen naar school breng, ik ga werken.
    4. Nadat ik de kinderen naar school breng, ga ik werken.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Nadat ik de kinderen naar school breng, ga ik werken.

    Ook in het heden staat het werkwoord achteraan.

  10. 10Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Voordat ik ik ontbijt douche

    Toon antwoord

    Antwoord: Voordat ik douche ontbijt ik

    Bijzin met werkwoord achteraan, dan de hoofdzin.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen