Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Wat u precies ontkent

B1 · Middenniveau Nee zeggen Vragen 10

De regel

De plaats van niet bepaalt wat u ontkent. Ik heb dat niet gezegd ontkent het zeggen; Dat heb ik niet gezegd, maar geschreven zet het accent op gezegd. Voor een onbepaald zelfstandig naamwoord gebruikt u geen: Ik heb geen tijd. Verder helpen bijna niet, nauwelijks, helemaal niet en nog niet om te zeggen hoe sterk de ontkenning is — nog niet houdt de deur open, helemaal niet sluit hem.

Patroon

GEEN + onbepaald zelfstandig naamwoord · NIET vóór wat u ontkent · NOG NIET / HELEMAAL NIET

Voorbeelden

  1. Ik heb daar geen bericht over gekregen.

    geen bij een onbepaald zelfstandig naamwoord.

  2. Ik heb de brief nog niet gelezen.

    nog niet: het komt nog.

  3. Dat klopt helemaal niet.

    helemaal niet: sterk en definitief.

  4. Ik kon hem nauwelijks verstaan.

    nauwelijks: bijna niet.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Ik heb niet tijd.

    Goed: Ik heb geen tijd.

    Bij een onbepaald zelfstandig naamwoord hoort geen.

  • Fout: Ik heb de brief niet nog gelezen.

    Goed: Ik heb de brief nog niet gelezen.

    nog staat vóór niet.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Ik heb daar _____ bericht over gekregen.

    1. nooit een geen
    2. niet
    3. geen
    4. niet een
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik heb daar geen bericht over gekregen.

    Onbepaald zelfstandig naamwoord → geen.

  2. 2Kies de juiste zin.

    Kies de zin die zegt: het komt nog.

    1. Ik heb de brief nog niet gelezen.
    2. Ik heb geen brief gelezen.
    3. Ik heb de brief nooit gelezen.
    4. Ik heb de brief helemaal niet gelezen.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik heb de brief nog niet gelezen.

    nog niet houdt de deur open.

  3. 3Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Ik heb niet tijd om te bellen.

    1. Ik heb geen niet tijd om te bellen.
    2. Ik heb tijd niet om te bellen.
    3. Ik heb geen tijd om te bellen.
    4. Ik heb niet een tijd om te bellen.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik heb geen tijd om te bellen.

    Bij tijd hoort geen.

  4. 4Kies de juiste zin.

    Welke zin is het sterkst?

    1. Dat klopt bijna niet.
    2. Dat klopt niet helemaal.
    3. Dat klopt nog niet.
    4. Dat klopt helemaal niet.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Dat klopt helemaal niet.

    helemaal niet is definitief.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Wat betekent Dat klopt niet helemaal?

    1. Het is volledig goed.
    2. Het is volledig fout.
    3. Het is nog niet gecontroleerd.
    4. Het is bijna goed, maar er zit een fout in.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Het is bijna goed, maar er zit een fout in.

    Er zit een klein foutje in; het is niet helemaal fout.

  6. 6Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Ik kon hem door de storing nauwelijks verstaan

    Toon antwoord

    Antwoord: Ik kon hem door de storing nauwelijks verstaan

    nauwelijks staat vlak vóór het werkwoord achteraan.

  7. 7Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De monteur is _____ _____ geweest, dus ik bel opnieuw.

    1. niet nog
    2. geen nog
    3. nog niet
    4. helemaal geen
    Toon antwoord

    Antwoord: C nog niet

    nog niet: het gebeurde tot nu toe niet.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Wat wordt hier ontkend?

    Dat heb ik niet gezegd, maar geschreven.

    1. Het woord dat.
    2. De hele mededeling.
    3. Alleen het woord gezegd.
    4. De persoon ik.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Alleen het woord gezegd.

    Niet het zeggen op zich, maar de manier: gezegd tegenover geschreven.

  9. 9Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Ik heb _____ tijd om vandaag langs te komen.

    1. geen
    2. niet de
    3. nog niet de
    4. niet
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik heb geen tijd om vandaag langs te komen.

    Voor een onbepaald zelfstandig naamwoord staat geen.

  10. 10Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Ik heb de brief _____ ontvangen.

    1. nog geen
    2. niet
    3. geen
    4. geen niet
    Toon antwoord

    Antwoord: B Ik heb de brief niet ontvangen.

    De brief is bepaald, dus niet.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen