Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

u of je: kiezen en volhouden

B1 · Middenniveau Verwijzen naar mensen en dingen Vragen 10

De regel

U kiest u of je op grond van de relatie, niet van het onderwerp. U gebruikt u tegen instanties, onbekenden, klanten en in brieven; je tegen collega's van uw eigen niveau, buren die u kent, vrienden en kinderen. Kies één vorm per gesprek of brief en houd hem vol, ook in de bezittelijke vorm: bij u hoort uw, bij je hoort jouw. Een Nederlander zegt vaak zeg maar je: dan mag u overschakelen.

Patroon

U + uw · JE + jouw — één keuze per gesprek

Voorbeelden

  1. Zou u mij kunnen vertellen wanneer de brief is verstuurd?

    Aan de balie: u en uw.

  2. Kun je even meekijken naar dit formulier?

    Tegen een collega: je.

  3. Ik heb uw brief van 12 mei goed ontvangen.

    In een brief hoort uw bij u.

  4. Zeg maar je, hoor.

    De uitnodiging om over te schakelen.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Kunt u mij jouw nummer geven?

    Goed: Kunt u mij uw nummer geven?

    Bij u hoort uw, niet jouw.

  • Fout: Beste buurvrouw, kunt u even bellen? Ik hoor graag van je.

    Goed: Beste buurvrouw, kunt u even bellen? Ik hoor graag van u.

    Wissel niet halverwege een bericht.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    U schrijft aan de gemeente. Kies de goede zin.

    1. Ik heb u brief van 12 mei ontvangen.
    2. Ik heb je brief van 12 mei ontvangen gekregen.
    3. Ik heb uw brief van 12 mei ontvangen.
    4. Ik heb jouw brief van 12 mei ontvangen.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik heb uw brief van 12 mei ontvangen.

    Aan een instantie schrijft u u en uw.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Kunt u mij _____ telefoonnummer geven?

    1. je
    2. u
    3. uw
    4. jouw
    Toon antwoord

    Antwoord: C Kunt u mij uw telefoonnummer geven?

    Bij u hoort uw.

  3. 3Kies de juiste zin.

    U praat met een collega van uw eigen team. Kies de goede zin.

    1. Kunt u even meekijken naar jouw formulier?
    2. Zou u zo vriendelijk willen zijn even mee te kijken?
    3. Kun u even meekijken naar dit formulier?
    4. Kun je even meekijken naar dit formulier?
    Toon antwoord

    Antwoord: D Kun je even meekijken naar dit formulier?

    Tegen een collega van uw niveau is je normaal.

  4. 4Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Dit bericht wisselt van vorm. Kies de goede versie.

    Geachte mevrouw De Wit, kunt u mij bellen? Ik hoor graag van je.

    1. Geachte mevrouw De Wit, kunt je mij bellen? Ik hoor graag van je.
    2. Geachte mevrouw De Wit, kunt u mij bellen? Ik hoor graag van u.
    3. Geachte mevrouw De Wit, kun je mij bellen? Ik hoor graag van u.
    4. Geachte mevrouw De Wit, kunt u mij bellen? Ik hoor graag van jou.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Geachte mevrouw De Wit, kunt u mij bellen? Ik hoor graag van u.

    Eén vorm per bericht: begint u met u, dan eindigt u met u.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Tegen wie gebruikt u meestal u?

    1. Een goede vriend uit uw taalklas.
    2. Een medewerker aan de balie van de gemeente.
    3. Een collega met wie u elke dag koffie drinkt.
    4. Het kind van de buren.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Een medewerker aan de balie van de gemeente.

    Onbekenden en instanties krijgen u.

  6. 6Verander de zin.

    Schrijf dit voor een onbekende medewerker.

    Kun je me even helpen met dit formulier?

    1. Zou je mij even kunnen helpen met dit formulier?
    2. Zou u mij even kunnen helpen met dit formulier?
    3. Kun u me even helpen met jouw formulier?
    4. Zou u me even kunnen helpen met je formulier?
    Toon antwoord

    Antwoord: B Zou u mij even kunnen helpen met dit formulier?

    je wordt u, me blijft mij of me.

  7. 7Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Hoi Sanne, heb je _____ sleutel al teruggekregen?

    1. u
    2. uw
    3. je
    4. jouwe
    Toon antwoord

    Antwoord: C Hoi Sanne, heb je je sleutel al teruggekregen?

    Bij je hoort jouw of je.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Iemand zegt: Zeg maar je, hoor. Wat betekent dat?

    1. U mag mij niet meer aanspreken.
    2. U moet vanaf nu u tegen mij zeggen.
    3. U moet mijn achternaam gebruiken.
    4. U mag vanaf nu je tegen mij zeggen.
    Toon antwoord

    Antwoord: D U mag vanaf nu je tegen mij zeggen.

    Het is een uitnodiging om van u naar je te gaan.

  9. 9Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Geachte heer De Vries, hierbij stuur ik _____ de gevraagde stukken.

    1. je
    2. u
    3. jou
    4. jullie
    Toon antwoord

    Antwoord: B Geachte heer De Vries, hierbij stuur ik u de gevraagde stukken.

    Geachte hoort bij u.

  10. 10Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Kunt u mij _____ beslissing schriftelijk toesturen?

    1. jouw
    2. je
    3. uw
    4. u
    Toon antwoord

    Antwoord: C Kunt u mij uw beslissing schriftelijk toesturen?

    U hoort bij uw.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen