Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

zou: beleefd vragen en voorzichtig zeggen

B1 · Middenniveau Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Zou maakt een vraag zachter en een mening voorzichtiger. Zou u mij kunnen helpen? klinkt vriendelijker dan Kunt u mij helpen? en veel vriendelijker dan Help mij. U gebruikt het ook om iets aan te bieden (Zal ik? / Zou ik…?) en om iets niet zeker te noemen: Dat zou kunnen. De vorm is zou voor ik, jij, hij; zouden voor wij, jullie, zij en voor u meestal zou.

Patroon

ZOU / ZOUDEN + … + INFINITIEF (achteraan)

Voorbeelden

  1. Zou u mij daarbij kunnen helpen?

    Beleefd verzoek: zou … kunnen.

  2. Ik zou graag een afspraak maken.

    Zachter dan Ik wil een afspraak.

  3. Dat zou kunnen, maar ik weet het niet zeker.

    Voorzichtig, niet zeker.

  4. Zouden jullie morgen tijd hebben?

    Meervoud: zouden.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Zou u mij helpt?

    Goed: Zou u mij kunnen helpen?

    Na zou komt een infinitief, geen persoonsvorm.

  • Fout: Ik zou graag een afspraak maak.

    Goed: Ik zou graag een afspraak maken.

    maken blijft heel en staat achteraan.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    Welke vraag is het beleefdst?

    1. Help mij daarbij.
    2. Kunt u mij daarbij helpen?
    3. U helpt mij daarbij.
    4. Zou u mij daarbij kunnen helpen?
    Toon antwoord

    Antwoord: D Zou u mij daarbij kunnen helpen?

    zou … kunnen is de zachtste vorm.

  2. 2Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Ik zou graag een afspraak maak.

    1. Ik zou graag een afspraak te maken.
    2. Ik zou graag maak een afspraak.
    3. Ik zou graag een afspraak maken.
    4. Ik zou graag een afspraak gemaakt.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik zou graag een afspraak maken.

    Na zou blijft het werkwoord heel: maken.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    _____ jullie morgen tijd hebben?

    1. Zoud
    2. Zou
    3. Zouden
    4. Zullen zouden
    Toon antwoord

    Antwoord: C Zouden jullie morgen tijd hebben?

    Meervoud → zouden.

  4. 4Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Zou u mij kort kunnen uitleggen waarom het duurder is

    Toon antwoord

    Antwoord: Zou u mij kort kunnen uitleggen waarom het duurder is

    Zou vooraan, kunnen uitleggen achteraan, dan de indirecte vraag.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Wat betekent Dat zou kunnen?

    1. Het moet zo.
    2. Het is zeker zo.
    3. Het is misschien zo.
    4. Het is niet zo.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Het is misschien zo.

    Het is mogelijk, maar niet zeker.

  6. 6Verander de zin.

    Maak het verzoek beleefder.

    Stuur mij de factuur nog een keer.

    1. Zou u mij de factuur nog een keer kunnen sturen?
    2. Zou u stuurt mij de factuur nog een keer?
    3. U zou mij de factuur nog een keer sturen moet.
    4. Zou u mij de factuur nog een keer stuurt?
    Toon antwoord

    Antwoord: A Zou u mij de factuur nog een keer kunnen sturen?

    Zou u … kunnen maakt er een verzoek van.

  7. 7Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik _____ het liever schriftelijk bevestigen.

    1. wou zou
    2. zal zou
    3. zou
    4. zouden
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik zou het liever schriftelijk bevestigen.

    Voorzichtige voorkeur: zou.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik vroeg of zou hij morgen langskomen.
    2. Ik vroeg of hij morgen zou langs komt.
    3. Ik vroeg of hij zou morgen langskomen.
    4. Ik vroeg of hij morgen langs zou komen.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik vroeg of hij morgen langs zou komen.

    In de bijzin staan zou en de infinitief samen achteraan.

  9. 9Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    _____ u mij daarbij kunnen helpen?

    1. Zou
    2. Zullen
    3. Zult
    4. Zouden
    Toon antwoord

    Antwoord: A Zou u mij daarbij kunnen helpen?

    Bij u gebruikt u zou.

  10. 10Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    _____ jullie volgende week tijd hebben?

    1. Zal
    2. Zou
    3. Zult
    4. Zouden
    Toon antwoord

    Antwoord: D Zouden jullie volgende week tijd hebben?

    Jullie is meervoud → zouden.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen