Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Vooropplaatsing: nadruk aan het begin van de zin

B2 · Gevorderd De zin bouwen Vragen 10

De regel

De eerste plaats van de zin is de schijnwerper. Zet u er iets anders dan het onderwerp — pas na de vergadering, alleen met een verwijzing, dat laatste — dan volgt direct het werkwoord en dan pas het onderwerp: pas na de vergadering werd het besluit bekend. Zo stuurt u wat de lezer als kern leest. Ook een hele bijzin kan vooraan: zodra de uitslag binnen is, bellen wij u. Eén ding tegelijk in de schijnwerper; twee delen vooraan maken de zin fout.

Patroon

BEPALING/BIJZIN + WERKWOORD + ONDERWERP + …

Voorbeelden

  1. Pas na de tweede meting werd de daling zichtbaar.

    Pas + tijd vooraan → inversie.

  2. Alleen met een geldige verwijzing kunt u terecht.

    Beperking in de schijnwerper.

  3. Zodra de uitslag binnen is, bellen wij u.

    Bijzin vooraan telt als eerste plaats.

  4. Dat laatste had niemand verwacht.

    Het object vooraan voor nadruk.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Pas na de vergadering het besluit werd bekend.

    Goed: Pas na de vergadering werd het besluit bekend.

    Na een vooropgeplaatste bepaling komt het werkwoord.

  • Fout: Gisteren in het overleg wij hebben dit besproken.

    Goed: Gisteren hebben wij dit in het overleg besproken.

    Eén bepaling vooraan; de rest hoort in het middenveld.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Pas na de tweede meting de daling werd zichtbaar.
    2. De daling pas na de tweede meting werd zichtbaar.
    3. Pas werd na de tweede meting de daling zichtbaar.
    4. Pas na de tweede meting werd de daling zichtbaar.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Pas na de tweede meting werd de daling zichtbaar.

    Na de vooropgeplaatste bepaling komt direct het werkwoord.

  2. 2Verander de zin.

    Begin de zin met een ander deel.

    U kunt alleen met een geldige verwijzing terecht.

    1. Alleen met een geldige verwijzing u kunt terecht.
    2. Alleen kunt u met een geldige verwijzing terecht.
    3. Met alleen een geldige verwijzing terecht kunt u.
    4. Alleen met een geldige verwijzing kunt u terecht.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Alleen met een geldige verwijzing kunt u terecht.

    De hele beperking vooraan, dan kunt u.

  3. 3Verander de zin.

    Begin de zin met een ander deel.

    Wij bellen u zodra de uitslag binnen is.

    1. Zodra de uitslag binnen is, bellen wij u.
    2. Zodra binnen de uitslag is, bellen wij u.
    3. Zodra de uitslag binnen is, wij bellen u.
    4. Zodra de uitslag is binnen, bellen wij u.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Zodra de uitslag binnen is, bellen wij u.

    Een bijzin vooraan vult de eerste plaats: daarna bellen wij.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Zodra de uitslag binnen is, _____ wij u.

    1. bellen
    2. gebeld
    3. te bellen
    4. belden
    Toon antwoord

    Antwoord: A Zodra de uitslag binnen is, bellen wij u.

    Hoofdzin in de tegenwoordige tijd: bellen, direct na de komma.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Gisteren in het overleg wij hebben dit besproken.
    2. Gisteren hebben wij dit in het overleg besproken.
    3. Gisteren in het overleg hebben dit wij besproken.
    4. Gisteren wij hebben dit in het overleg besproken.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Gisteren hebben wij dit in het overleg besproken.

    Eén bepaling vooraan; de rest hoort in het middenveld.

  6. 6Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Pas om elf uur kwam de dienstauto terug

    Toon antwoord

    Antwoord: Pas om elf uur kwam de dienstauto terug

    Pas om elf uur in de schijnwerper, dan kwam.

  7. 7Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Alleen samen krijgen wij dit rooster rond

    Toon antwoord

    Antwoord: Alleen samen krijgen wij dit rooster rond

    Alleen samen vooraan dwingt krijgen wij af.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Dat laatste niemand had verwacht.

    1. Dat laatste had niemand verwacht.
    2. Dat laatste niemand verwacht had.
    3. Dat had laatste niemand verwacht.
    4. Niemand dat laatste had verwacht.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Dat laatste had niemand verwacht.

    Object vooraan → werkwoord, dan pas het onderwerp.

  9. 9Kies de juiste zin.

    Wat betekent deze zin?

    Juist op drukke dagen is een korte pauze belangrijk.

    1. Op drukke dagen is pauze nemen onmogelijk.
    2. Pauzes zijn alleen op rustige dagen nodig.
    3. Drukke dagen komen bijna nooit voor.
    4. Een korte pauze is extra belangrijk wanneer het druk is.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Een korte pauze is extra belangrijk wanneer het druk is.

    Juist vooraan zet de schijnwerper op de drukke dagen.

  10. 10Verander de zin.

    Begin de zin met een ander deel.

    De organisatie heeft dit probleem jarenlang onderschat.

    1. Dit probleem onderschat heeft de organisatie jarenlang.
    2. Dit probleem heeft de organisatie jarenlang onderschat.
    3. Dit probleem heeft jarenlang de organisatie onderschat.
    4. Dit probleem de organisatie heeft jarenlang onderschat.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Dit probleem heeft de organisatie jarenlang onderschat.

    Het object mag vooraan; onderwerp en werkwoord wisselen dan.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen