Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch grammar

Talking about later: gaan and zullen

Over later praten: gaan en zullen

A1 · Beginner Verbs and time Questions 10

The rule

Dutch does not need a separate future tense. Usually you simply use the present with a time word: Morgen werk ik. To express a plan you use gaan + the plain verb: Ik ga volgende week verhuizen. zullen is used mainly for an offer or a promise: Zal ik u helpen? Ik zal het doorgeven. The second verb always stands at the end and does not change.

Pattern

Ik GA volgende week … VERHUIZEN.

Examples

  1. Morgen werk ik niet.

    I am not working tomorrow.

  2. Ik ga volgende maand verhuizen.

    I am moving house next month.

  3. Zal ik u helpen?

    Shall I help you?

  4. Ik zal het aan de dokter doorgeven.

    I will pass it on to the doctor.

Common mistakes

  • Wrong: Ik ga morgen te werken.

    Right: Ik ga morgen werken.

    After gaan there is no te.

  • Wrong: Ik zal helpen u.

    Right: Ik zal u helpen.

    The second verb stands right at the end.

Practice questions

Try each one yourself first, then open “Show answer” for the solution and the reason.

  1. 1Choose the correct sentence.

    1. Ik ga volgende week te beginnen.
    2. Ik ga volgende week begin.
    3. Ik ga volgende week beginnen.
    4. Ik ga beginnen volgende week gaan.
    Show answer

    Answer: C Ik ga volgende week beginnen.

    gaan + plain verb, without te.

  2. 2Choose the correct sentence.

    1. Ik zal de deur maak open?
    2. Zal openmaken ik de deur?
    3. Zal ik de deur openmaken?
    4. Zal ik openmaken de deur?
    Show answer

    Answer: C Zal ik de deur openmaken?

    The second verb stands at the end.

  3. 3Fill in the gap.

    Fill in the correct word.

    Ik _____ volgende maand naar Nederland verhuizen.

    1. gaan
    2. ging
    3. gaat
    4. ga
    Show answer

    Answer: D Ik ga volgende maand naar Nederland verhuizen.

    gaan expresses a plan.

  4. 4Fill in the gap.

    Fill in the correct word.

    _____ ik even bellen voor u?

    1. Wil
    2. Doe
    3. Zal
    4. Ga
    Show answer

    Answer: C Zal ik even bellen voor u?

    Zal = an offer.

  5. 5Fill in the gap.

    Fill in the correct word.

    Morgen _____ ik niet, want ik ben vrij.

    1. werk
    2. werkte
    3. werken
    4. gewerkt
    Show answer

    Answer: A Morgen werk ik niet, want ik ben vrij.

    The plain present can express the future.

  6. 6Choose the correct sentence.

    Choose the correct form.

    Wij _____ volgend jaar Nederlands leren.

    1. gaat
    2. ga
    3. gingen
    4. gaan
    Show answer

    Answer: D gaan

    wij → gaan.

  7. 7Choose the correct sentence.

    1. Volgende week ga ik op vakantie.
    2. Volgende week ik ga op vakantie.
    3. Ga volgende week ik op vakantie.
    4. Volgende week op vakantie ga ik gaan.
    Show answer

    Answer: A Volgende week ga ik op vakantie.

    If the sentence starts with time, gaan is in second place.

  8. 8This sentence is wrong. Choose the fix.

    This sentence is wrong. Choose the correct one.

    Ik ga morgen te beginnen met de cursus.

    1. Ik ga morgen met de cursus beginnen.
    2. Ik ga met de cursus morgen te beginnen.
    3. Ik morgen ga met de cursus beginnen.
    4. Ik ga morgen beginnen met de cursus beginnen.
    Show answer

    Answer: A Ik ga morgen met de cursus beginnen.

    No te after gaan.

  9. 9This sentence is wrong. Choose the fix.

    This sentence is wrong. Choose the correct one.

    Zal ik doorgeven het aan de dokter?

    1. Zal doorgeven ik het aan de dokter?
    2. Ik zal doorgeven het aan de dokter?
    3. Zal ik het aan de dokter doorgeven?
    4. Zal ik het doorgeven aan de dokter doorgeven?
    Show answer

    Answer: C Zal ik het aan de dokter doorgeven?

    The second verb goes last.

  10. 10Choose the correct sentence.

    1. Ik zal vanavond te koken. Zal ik ook voor jou koken?
    2. Ik ga vanavond koken. Zal ik ook voor jou koken?
    3. Ik zal vanavond koken. Ga ik ook voor jou koken?
    4. Ik ga vanavond koken. Ga ik ook voor jou te koken?
    Show answer

    Answer: B Ik ga vanavond koken. Zal ik ook voor jou koken?

    Use gaan for a plan, zullen for an offer.

Practise this lesson in Zorg Space

In the app every rule becomes interactive practice: instant correction, reviews at the moment you are about to forget, and progress you can see from level to level — free.

Start for free