Over later praten: gaan en zullen
De regel
Het Nederlands heeft geen aparte toekomende tijd nodig. Meestal zegt u gewoon de tegenwoordige tijd met een tijdwoord erbij: Morgen werk ik. Wilt u een plan uitdrukken, dan gebruikt u gaan + het hele werkwoord: Ik ga volgende week verhuizen. Zullen gebruikt u vooral voor een voorstel of een belofte: Zal ik u helpen? Ik zal het doorgeven. Het tweede werkwoord staat altijd achteraan en verandert niet.
Ik GA volgende week … VERHUIZEN.
Voorbeelden
Morgen werk ik niet.
gewone tegenwoordige tijd
Ik ga volgende maand verhuizen.
gaan + hele werkwoord = plan
Zal ik u helpen?
zullen = een voorstel
Ik zal het aan de dokter doorgeven.
zullen = een belofte
Veelgemaakte fouten
-
Fout: Ik ga morgen te werken.
Goed: Ik ga morgen werken.
Na gaan komt geen te.
-
Fout: Ik zal helpen u.
Goed: Ik zal u helpen.
Het tweede werkwoord staat helemaal achteraan.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik ga volgende week te beginnen.
- Ik ga volgende week begin.
- Ik ga volgende week beginnen.
- Ik ga beginnen volgende week gaan.
Toon antwoord
Antwoord: C Ik ga volgende week beginnen.
gaan + hele werkwoord, zonder te.
-
2Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik zal de deur maak open?
- Zal openmaken ik de deur?
- Zal ik de deur openmaken?
- Zal ik openmaken de deur?
Toon antwoord
Antwoord: C Zal ik de deur openmaken?
Het tweede werkwoord staat achteraan.
-
3Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
Ik _____ volgende maand naar Nederland verhuizen.
- gaan
- ging
- gaat
- ga
Toon antwoord
Antwoord: D Ik ga volgende maand naar Nederland verhuizen.
gaan drukt een plan uit.
-
4Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
_____ ik even bellen voor u?
- Wil
- Doe
- Zal
- Ga
Toon antwoord
Antwoord: C Zal ik even bellen voor u?
Zal = een voorstel.
-
5Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
Morgen _____ ik niet, want ik ben vrij.
- werk
- werkte
- werken
- gewerkt
Toon antwoord
Antwoord: A Morgen werk ik niet, want ik ben vrij.
Voor de toekomst kan de gewone tegenwoordige tijd.
-
6Kies de juiste zin.
Kies de goede vorm.
Wij _____ volgend jaar Nederlands leren.
- gaat
- ga
- gingen
- gaan
Toon antwoord
Antwoord: D gaan
wij → gaan.
-
7Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Volgende week ga ik op vakantie.
- Volgende week ik ga op vakantie.
- Ga volgende week ik op vakantie.
- Volgende week op vakantie ga ik gaan.
Toon antwoord
Antwoord: A Volgende week ga ik op vakantie.
Begint de zin met de tijd, dan staat gaan op plaats twee.
-
8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Ik ga morgen te beginnen met de cursus.
- Ik ga morgen met de cursus beginnen.
- Ik ga met de cursus morgen te beginnen.
- Ik morgen ga met de cursus beginnen.
- Ik ga morgen beginnen met de cursus beginnen.
Toon antwoord
Antwoord: A Ik ga morgen met de cursus beginnen.
Na gaan komt geen te.
-
9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Zal ik doorgeven het aan de dokter?
- Zal doorgeven ik het aan de dokter?
- Ik zal doorgeven het aan de dokter?
- Zal ik het aan de dokter doorgeven?
- Zal ik het doorgeven aan de dokter doorgeven?
Toon antwoord
Antwoord: C Zal ik het aan de dokter doorgeven?
Het tweede werkwoord staat achteraan.
-
10Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik zal vanavond te koken. Zal ik ook voor jou koken?
- Ik ga vanavond koken. Zal ik ook voor jou koken?
- Ik zal vanavond koken. Ga ik ook voor jou koken?
- Ik ga vanavond koken. Ga ik ook voor jou te koken?
Toon antwoord
Antwoord: B Ik ga vanavond koken. Zal ik ook voor jou koken?
gaan gebruikt u voor een plan, zullen voor een voorstel.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen