Skip to content
Zorg Space Open the app

Dutch grammar

Separable verbs in every tense

Scheidbare werkwoorden in alle tijden

A2 · Elementary Verbs and time Questions 10

The rule

Many Dutch verbs come in two parts: opbellen, meenemen, invullen, opstaan, aankomen. In a normal sentence the first part goes to the end: "Ik bel u morgen op." In the perfect, ge- goes in between: "Ik heb u opgebeld." With te in between: "Ik hoop u morgen op te bellen." In a subordinate clause the verb stays in one piece: "… omdat ik u opbelde."

Pattern

OP…BELLEN → bel … OP · heb … OPgebeld · om … OP te bellen

Examples

  1. Ik bel u morgenochtend op.

    I will call you tomorrow morning.

  2. Ik heb het formulier ingevuld.

    I have filled in the form.

  3. Vergeet niet uw pas mee te nemen.

    Do not forget to bring your card.

  4. Zij zei dat de trein te laat aankwam.

    She said the train arrived late.

Common mistakes

  • Wrong: Ik opbel u morgen.

    Right: Ik bel u morgen op.

    In a main clause the first part goes to the end.

  • Wrong: Ik heb geopbeld.

    Right: Ik heb opgebeld.

    ge- goes between the two parts.

Practice questions

Try each one yourself first, then open “Show answer” for the solution and the reason.

  1. 1Choose the correct sentence.

    1. Ik bel u op morgen na het werk op.
    2. Ik bel op u morgen na het werk.
    3. Ik opbel u morgen na het werk.
    4. Ik bel u morgen na het werk op.
    Show answer

    Answer: D Ik bel u morgen na het werk op.

    The first part stands at the end.

  2. 2Fill in the gap.

    Fill in the correct form.

    Ik heb het formulier al _____. (invullen)

    1. geinvuld
    2. ingevuld
    3. gevuld in
    4. invulde
    Show answer

    Answer: B Ik heb het formulier al ingevuld. (invullen)

    ge- goes between in and vuld: ingevuld.

  3. 3Fill in the gap.

    Fill in the correct form.

    De trein is een half uur te laat _____. (aankomen)

    1. aangekomen
    2. gekomen aan
    3. aankwam
    4. geaankomen
    Show answer

    Answer: A De trein is een half uur te laat aangekomen. (aankomen)

    aankomen → aangekomen.

  4. 4Choose the correct sentence.

    Choose the correct form.

    Vergeet niet uw identiteitsbewijs _____.

    1. te meenemen
    2. mee te nemen
    3. meenemen te
    4. mee nemen te
    Show answer

    Answer: B mee te nemen

    te goes between mee and nemen.

  5. 5Choose the correct sentence.

    1. Zij zei dat zij belt mij vanavond terug.
    2. Zij zei dat zij mij vanavond terug belt.
    3. Zij zei dat zij mij vanavond terugbelt.
    4. Zij zei dat zij mij terugbelt vanavond terug.
    Show answer

    Answer: C Zij zei dat zij mij vanavond terugbelt.

    In a subordinate clause the verb stays one word.

  6. 6This sentence is wrong. Choose the fix.

    This sentence is wrong. Choose the correct one.

    Ik opsta elke dag om zes uur.

    1. Ik elke dag sta om zes uur op.
    2. Ik heb elke dag om zes uur geopstaan.
    3. Ik sta elke dag om zes uur op.
    4. Ik sta op elke dag om zes uur op.
    Show answer

    Answer: C Ik sta elke dag om zes uur op.

    opstaan splits in a main clause: sta … op.

  7. 7This sentence is wrong. Choose the fix.

    This sentence is wrong. Choose the correct one.

    Wij hebben de kinderen geophaald van school.

    1. Wij de kinderen hebben van school opgehaald.
    2. Wij hebben de kinderen van school opgehaald.
    3. Wij hebben opgehaald de kinderen van school.
    4. Wij hebben de kinderen van school gehaald op.
    Show answer

    Answer: B Wij hebben de kinderen van school opgehaald.

    ophalen → opgehaald.

  8. 8Choose the correct sentence.

    Choose the correct form.

    Kunt u mij _____ met de administratie?

    1. doorgeverbinden
    2. door te verbinden
    3. verbind door
    4. doorverbinden
    Show answer

    Answer: D doorverbinden

    After a modal the verb stays whole: doorverbinden.

  9. 9Choose the correct sentence.

    1. Ik belde op de huisarts gisteren op.
    2. Ik gisteren belde de huisarts op.
    3. Ik opbelde de huisarts gisteren.
    4. Ik belde de huisarts gisteren op.
    Show answer

    Answer: D Ik belde de huisarts gisteren op.

    In the simple past the verb also splits.

  10. 10Put the words in the right order.

    pakket Ik op haal het morgen

    Show answer

    Answer: Ik haal het pakket morgen op

    op stands right at the end.

Practise this lesson in Zorg Space

In the app every rule becomes interactive practice: instant correction, reviews at the moment you are about to forget, and progress you can see from level to level — free.

Start for free