Scheidbare werkwoorden in alle tijden
De regel
Veel Nederlandse werkwoorden bestaan uit twee stukken: opbellen, meenemen, invullen, opstaan, aankomen. In een gewone zin gaat het eerste stuk naar het eind: "Ik bel u morgen op." In de voltooide tijd komt ge- ertussen: "Ik heb u opgebeld." Met te ertussen: "Ik hoop u morgen op te bellen." In een bijzin blijft het werkwoord juist aan elkaar: "… omdat ik u opbelde."
OP…BELLEN → bel … OP · heb … OPgebeld · om … OP te bellen
Voorbeelden
Ik bel u morgenochtend op.
op gaat naar het eind
Ik heb het formulier ingevuld.
ge- komt tussen in en vuld
Vergeet niet uw pas mee te nemen.
te komt tussen mee en nemen
Zij zei dat de trein te laat aankwam.
in de bijzin blijft het aan elkaar
Veelgemaakte fouten
-
Fout: Ik opbel u morgen.
Goed: Ik bel u morgen op.
In een hoofdzin gaat het eerste stuk naar achteren.
-
Fout: Ik heb geopbeld.
Goed: Ik heb opgebeld.
ge- staat tussen de twee stukken.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik bel u op morgen na het werk op.
- Ik bel op u morgen na het werk.
- Ik opbel u morgen na het werk.
- Ik bel u morgen na het werk op.
Toon antwoord
Antwoord: D Ik bel u morgen na het werk op.
Het eerste stuk staat achteraan.
-
2Vul het gat in.
Vul de goede vorm in.
Ik heb het formulier al _____. (invullen)
- geinvuld
- ingevuld
- gevuld in
- invulde
Toon antwoord
Antwoord: B Ik heb het formulier al ingevuld. (invullen)
ge- komt tussen in en vuld: ingevuld.
-
3Vul het gat in.
Vul de goede vorm in.
De trein is een half uur te laat _____. (aankomen)
- aangekomen
- gekomen aan
- aankwam
- geaankomen
Toon antwoord
Antwoord: A De trein is een half uur te laat aangekomen. (aankomen)
aankomen → aangekomen.
-
4Kies de juiste zin.
Kies de goede vorm.
Vergeet niet uw identiteitsbewijs _____.
- te meenemen
- mee te nemen
- meenemen te
- mee nemen te
Toon antwoord
Antwoord: B mee te nemen
te komt tussen mee en nemen.
-
5Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Zij zei dat zij belt mij vanavond terug.
- Zij zei dat zij mij vanavond terug belt.
- Zij zei dat zij mij vanavond terugbelt.
- Zij zei dat zij mij terugbelt vanavond terug.
Toon antwoord
Antwoord: C Zij zei dat zij mij vanavond terugbelt.
In de bijzin blijft het werkwoord één woord.
-
6Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Ik opsta elke dag om zes uur.
- Ik elke dag sta om zes uur op.
- Ik heb elke dag om zes uur geopstaan.
- Ik sta elke dag om zes uur op.
- Ik sta op elke dag om zes uur op.
Toon antwoord
Antwoord: C Ik sta elke dag om zes uur op.
opstaan splitst in een hoofdzin: sta … op.
-
7Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Wij hebben de kinderen geophaald van school.
- Wij de kinderen hebben van school opgehaald.
- Wij hebben de kinderen van school opgehaald.
- Wij hebben opgehaald de kinderen van school.
- Wij hebben de kinderen van school gehaald op.
Toon antwoord
Antwoord: B Wij hebben de kinderen van school opgehaald.
ophalen → opgehaald.
-
8Kies de juiste zin.
Kies de goede vorm.
Kunt u mij _____ met de administratie?
- doorgeverbinden
- door te verbinden
- verbind door
- doorverbinden
Toon antwoord
Antwoord: D doorverbinden
Na een modaal blijft het werkwoord heel: doorverbinden.
-
9Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik belde op de huisarts gisteren op.
- Ik gisteren belde de huisarts op.
- Ik opbelde de huisarts gisteren.
- Ik belde de huisarts gisteren op.
Toon antwoord
Antwoord: D Ik belde de huisarts gisteren op.
In de verleden tijd splitst het werkwoord ook.
-
10Zet de woorden in de juiste volgorde.
Zet de woorden in de goede volgorde.
pakket Ik op haal het morgen
Toon antwoord
Antwoord: Ik haal het pakket morgen op
op staat helemaal achteraan.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen