De tegenwoordige tijd
De regel
Neem het hele werkwoord (werken) en haal -en weg. Wat overblijft is de stam: werk. Dan geldt: ik + stam, jij/u/hij + stam + t, wij/jullie/zij + het hele werkwoord. Let op de spelling: wonen wordt woon en maken wordt maak, want een open klinker blijft lang. En weer: staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg — Werk jij hier?
werken → werk | ik werk · jij werkt · hij werkt · wij werken
Voorbeelden
Ik werk in een restaurant.
stam: werk
Jij werkt te hard.
stam + t
Wij wonen in Tilburg.
hele werkwoord
Ik woon hier.
wonen → woon
Veelgemaakte fouten
-
Fout: Ik wonen hier.
Goed: Ik woon hier.
Bij ik hoort de kale stam.
-
Fout: Werkt jij hier?
Goed: Werk jij hier?
jij achter het werkwoord verliest de -t.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Ik _____ in Amsterdam. (wonen)
- woont
- wonen
- woon
- wone
Toon antwoord
Antwoord: C Ik woon in Amsterdam. (wonen)
wonen → woon, met één o.
-
2Vul het gat in.
Hij _____ elke dag. (werken)
- werkte
- werken
- werkt
- werk
Toon antwoord
Antwoord: C Hij werkt elke dag. (werken)
hij → stam + t.
-
3Vul het gat in.
Jullie _____ heel goed Nederlands. (spreken)
- sprekt
- spreek
- spreken
- spreekt
Toon antwoord
Antwoord: C Jullie spreken heel goed Nederlands. (spreken)
Meervoud → het hele werkwoord.
-
4Verander de zin.
Maak er een vraag van.
Jij werkt bij de gemeente.
- Werk jij bij de gemeente?
- Werken jij bij de gemeente?
- Werkt jij bij de gemeente?
- Jij werkt bij de gemeente?
Toon antwoord
Antwoord: A Werk jij bij de gemeente?
Werkwoord vooraan en de -t valt weg.
-
5Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Mijn man werken bij de bakker.
- Mijn man werkte bij de bakker.
- Mijn man werkt bij de bakker.
- Mijn man werk bij de bakker.
- Mijn mannen werkt bij de bakker.
Toon antwoord
Antwoord: B Mijn man werkt bij de bakker.
Eén persoon → stam + t.
-
6Zet de woorden in de juiste volgorde.
Nederlands leren Wij op school
Toon antwoord
Antwoord: Wij leren Nederlands op school
Meervoud → het hele werkwoord.
-
7Vul het gat in.
Zij _____ in een winkel. (werken)
- werkte
- werk
- werkt
- werken
Toon antwoord
Antwoord: C Zij werkt in een winkel. (werken)
zij voor één persoon → stam + t.
-
8Vul het gat in.
Ik _____ elke dag Nederlands. (oefenen)
- oefen
- oefent
- oefende
- oefenen
Toon antwoord
Antwoord: A Ik oefen elke dag Nederlands. (oefenen)
ik is de kale stam, zonder uitgang.
-
9Kies de juiste zin.
U en uw gezin wonen hier.
- Wij woon in Rotterdam.
- Wij wonent in Rotterdam.
- Wij woont in Rotterdam.
- Wij wonen in Rotterdam.
Toon antwoord
Antwoord: D Wij wonen in Rotterdam.
Een meervoud krijgt de hele werkwoordsvorm.
-
10Kies de juiste zin.
- De les begint om negen uur niet.
- De les begint om negen uur.
- De les beginnen om negen uur.
- De les begin om negen uur.
Toon antwoord
Antwoord: B De les begint om negen uur.
Eén les → stam + t.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen