Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Scheidbare werkwoorden

A0 · Start Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Sommige werkwoorden bestaan uit twee stukken: opstaan, meegaan, invullen, opbellen, afzeggen. In een gewone zin gaat het eerste stuk naar het EINDE: Ik sta om zeven uur op. Maar staat er al een tweede werkwoord — na kunnen, moeten, willen — dan blijft het woord heel: Ik moet het formulier invullen.

Patroon

opstaan → Ik sta om zeven uur OP. | Ik moet OPSTAAN.

Voorbeelden

  1. Ik sta om zeven uur op.

    op gaat naar het eind.

  2. Ik bel u morgen op.

    op gaat naar het eind.

  3. Ik moet het formulier invullen.

    Na moeten blijft het heel.

  4. Ik wil een klacht indienen.

    Na willen blijft het heel.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Ik opsta om zeven uur.

    Goed: Ik sta om zeven uur op.

    Zonder tweede werkwoord gaat het voorzetsel naar het eind.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    1. Ik sta om zes uur op.
    2. Ik sta op om zes uur.
    3. Ik opsta om zes uur.
    4. Ik om zes uur opsta.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik sta om zes uur op.

    Zonder tweede werkwoord gaat op naar het eind.

  2. 2Kies de juiste zin.

    1. Ik dien een klacht wil in.
    2. Ik wil een klacht in dienen.
    3. Ik wil een klacht indienen.
    4. Ik wil in een klacht dienen.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik wil een klacht indienen.

    Na willen blijft het werkwoord heel.

  3. 3Vul het gat in.

    Ik vul het formulier _____.

    1. aan
    2. op
    3. in
    4. af
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik vul het formulier in.

    invullen → in gaat naar het eind.

  4. 4Zet de woorden in de juiste volgorde.

    op Ik morgen u bel

    Toon antwoord

    Antwoord: Ik bel u morgen op

    op staat helemaal achteraan.

  5. 5Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    De trein aankomt om negen uur.

    1. De trein aankomt om negen uur aan.
    2. De trein komt om negen uur aan.
    3. De trein aan komt om negen uur.
    4. De trein komt aan om negen uur op.
    Toon antwoord

    Antwoord: B De trein komt om negen uur aan.

    aan gaat naar het eind: komt … aan.

  6. 6Verander de zin.

    Schrijf de zin zonder moeten.

    Ik moet de afspraak afzeggen.

    1. Ik zeg af de afspraak.
    2. Ik afzeg de afspraak.
    3. Ik zeg de afspraak af.
    4. Ik af zeg de afspraak.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik zeg de afspraak af.

    Zonder moeten splitst het werkwoord.

  7. 7Vul het gat in.

    Ik _____ om zeven uur _____. (opstaan)

    1. staat / op
    2. opsta / —
    3. sta / op
    4. sta / opt
    Toon antwoord

    Antwoord: C sta / op

    Het voorzetsel laat het werkwoord los en gaat naar het eind.

  8. 8Vul het gat in.

    Vult u dit formulier _____.

    1. in
    2. uit
    3. op
    4. aan
    Toon antwoord

    Antwoord: A Vult u dit formulier in.

    invullen splitst en in komt achteraan.

  9. 9Kies de juiste zin.

    U wilt weten waar u moet uitstappen.

    1. Waar moet ik uitstappen?
    2. Waar moet ik uit stappen aan?
    3. Waar moet ik stap uit?
    4. Waar uitstap ik moet?
    Toon antwoord

    Antwoord: A Waar moet ik uitstappen?

    Na een modaal blijft het scheidbare werkwoord heel, achteraan.

  10. 10Kies de juiste zin.

    1. Ik bel terug u straks.
    2. Ik terugbel u straks.
    3. Ik bel u terug straks niet.
    4. Ik bel u straks terug.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik bel u straks terug.

    terug gaat helemaal naar het eind van de zin.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen