gaan, staan, doen, zien
De regel
Deze vier werkwoorden lijken onregelmatig, maar volgen dezelfde regel als werken — hun stam is alleen kort: ga, sta, doe, zie. Dus ik ga, jij gaat, hij gaat, wij gaan. U hoeft hier dus niets nieuws te leren, alleen de vier stammen te herkennen.
ik ga · jij gaat · wij gaan · ik doe · jij doet · wij doen
Voorbeelden
Ik ga naar de dokter.
stam: ga
Hoe gaat het met u?
stam + t
Wij doen boodschappen.
hele werkwoord
Ik zie u morgen.
stam: zie
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Ik _____ morgen naar de apotheek.
- gaan
- ga
- gaat
- gaa
Toon antwoord
Antwoord: B Ik ga morgen naar de apotheek.
ik → ga.
-
2Vul het gat in.
De bus _____ om acht uur.
- ga
- gaan
- gaats
- gaat
Toon antwoord
Antwoord: D De bus gaat om acht uur.
Eén ding → stam + t.
-
3Vul het gat in.
Wat _____ jij vandaag?
- doet
- doe
- doen
- does
Toon antwoord
Antwoord: B Wat doe jij vandaag?
jij achter het werkwoord: geen -t.
-
4Vul het gat in.
Wij _____ elkaar volgende week.
- zie
- zien
- zienen
- ziet
Toon antwoord
Antwoord: B Wij zien elkaar volgende week.
wij → het hele werkwoord.
-
5Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Hij staan bij de ingang.
- Hij staat bij de ingang.
- Hij staan bij de ingangen.
- Hij sta bij de ingang.
- Hij staats bij de ingang.
Toon antwoord
Antwoord: A Hij staat bij de ingang.
Eén persoon → staat.
-
6Zet de woorden in de juiste volgorde.
naar Ik het ga station
Toon antwoord
Antwoord: Ik ga naar het station
Werkwoord op plaats twee.
-
7Vul het gat in.
Ik _____ naar de apotheek.
- gaat
- gaan
- gaa
- ga
Toon antwoord
Antwoord: D Ik ga naar de apotheek.
ik → ga, zonder -t.
-
8Vul het gat in.
De melk _____ daar rechts.
- sta
- staat
- stat
- staan
Toon antwoord
Antwoord: B De melk staat daar rechts.
Eén ding → staat.
-
9Kies de juiste zin.
U ziet de dokter niet vanaf uw plaats.
- Ik zie de dokter niet.
- Ik zieh de dokter niet.
- Ik ziet de dokter niet.
- Ik zien de dokter niet.
Toon antwoord
Antwoord: A Ik zie de dokter niet.
ik → zie.
-
10Kies de juiste zin.
- Wat doe u voor werk?
- Wat doet u voor werk?
- Wat u doet voor werk?
- Wat doen u voor werk?
Toon antwoord
Antwoord: B Wat doet u voor werk?
u → doet, en het werkwoord staat op twee.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen