Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Werkwoorden met te

A2 · Elementair Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Veel werkwoorden nemen een tweede werkwoord met te: proberen te, beginnen te, vergeten te, hopen te, beloven te, hoeven te. Het tweede werkwoord staat aan het eind: "Ik probeer elke dag Nederlands te spreken." Bij een scheidbaar werkwoord komt te tussen de twee delen: "Vergeet niet het formulier in te vullen." Na een modaal werkwoord (kunnen, moeten, mogen, willen, zullen) en na gaan en komen gebruikt u juist géén te.

Patroon

proberen / hopen / vergeten / hoeven + … + TE + INFINITIEF

Voorbeelden

  1. Ik probeer elke dag een half uur te lezen.

    proberen + te

  2. Vergeet niet uw pas mee te nemen.

    te tussen mee en nemen

  3. U hoeft niet te betalen.

    hoeven + te, alleen met niet of geen

  4. Ik ga morgen boodschappen doen.

    na gaan geen te

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Ik moet te werken.

    Goed: Ik moet werken.

    Na een modaal werkwoord geen te.

  • Fout: Vergeet niet te het formulier invullen.

    Goed: Vergeet niet het formulier in te vullen.

    te staat vlak voor de infinitief, en bij een scheidbaar werkwoord ertussen.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik probeer elke week een boek te lezen.
    2. Ik probeer te lezen elke week een boek te lezen.
    3. Ik probeer elke week te een boek lezen.
    4. Ik probeer elke week een boek lezen.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik probeer elke week een boek te lezen.

    proberen vraagt te, en de infinitief staat achteraan.

  2. 2Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Vergeet niet uw medicijnen _____.

    1. te innemen
    2. in nemen te
    3. innemen te
    4. in te nemen
    Toon antwoord

    Antwoord: D in te nemen

    innemen is scheidbaar: in te nemen.

  3. 3Kies de juiste zin.

    Kies het goede woord.

    U _____ niet te wachten; ik bel u terug.

    1. kunt
    2. moet
    3. hoeft
    4. mag
    Toon antwoord

    Antwoord: C hoeft

    hoeven gebruikt u met niet of geen.

  4. 4Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Wij gaan te zaterdag naar de markt.
    2. Wij gaan zaterdag te naar de markt.
    3. Wij gaan zaterdag naar de markt te gaan.
    4. Wij gaan zaterdag naar de markt.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Wij gaan zaterdag naar de markt.

    Na gaan komt geen te.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik hoop u volgende week _____ zien.

    1. van
    2. te
    3. om
    4. voor
    Toon antwoord

    Antwoord: B Ik hoop u volgende week te zien.

    hopen vraagt te.

  6. 6Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Zij begon Nederlands leren toen zij aankwam.

    1. Zij begon Nederlands te leren toen zij aankwam.
    2. Zij begon Nederlands te leren toen zij aankwam te.
    3. Zij begon te Nederlands leren toen zij aankwam.
    4. Zij begon Nederlands leren te toen zij aankwam.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Zij begon Nederlands te leren toen zij aankwam.

    beginnen vraagt te.

  7. 7Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Ik moet te bellen met de gemeente.

    1. Ik moet met de gemeente bellen.
    2. Ik moet bellen te met de gemeente.
    3. Ik te moet met de gemeente bellen.
    4. Ik moet met de gemeente te bellen.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik moet met de gemeente bellen.

    Na moeten geen te.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik bel om een afspraak te maken.
    2. Ik bel te om een afspraak maken.
    3. Ik bel om te een afspraak maken.
    4. Ik bel om een afspraak maken te.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik bel om een afspraak te maken.

    Met om … te geeft u een doel aan.

  9. 9Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Hij komt vanmiddag te brengen het pakket.
    2. Hij komt te vanmiddag het pakket brengen.
    3. Hij komt vanmiddag het pakket brengen.
    4. Hij komt vanmiddag het pakket te brengen.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Hij komt vanmiddag het pakket brengen.

    Na komen komt geen te.

  10. 10Zet de woorden in de juiste volgorde.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    Ik stoppen te probeer roken met

    Toon antwoord

    Antwoord: Ik probeer te stoppen met roken

    te staat vlak voor de infinitief.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen