Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

Zou als afstand: beweringen van een ander

B2 · Gevorderd Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Met zou geeft u een bewering door zonder er zelf voor te tekenen: de dader zou gevlucht zijn — dat zegt iemand, u weet het niet. Zo schrijven kranten en zo rapporteert u een niet-bevestigde melding: de cliënt zou gevallen zijn. Voor het verleden gebruikt u zou + hebben/zijn + deelwoord. Laat u zou weg, dan presenteert u de bewering als feit — en dat is in een rapportage precies het verschil dat telt.

Patroon

onderwerp + ZOU(DEN) + … + INFINITIEF / hebben-zijn + DEELWOORD

Voorbeelden

  1. Volgens de melding zou de cliënt vannacht gevallen zijn.

    Niet bevestigd: zou + zijn + deelwoord.

  2. Het middel zou bij ouderen vaker bijwerkingen geven.

    Een claim uit onderzoek, doorgegeven.

  3. De familie zou niet op de hoogte zijn gesteld.

    Ook lijdend: zou + zijn gesteld.

  4. Hij zei dat hij de melding dezelfde dag zou doorgeven.

    Toekomst in het verleden.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: De cliënt is gisteren gevallen, maar niemand heeft het gezien.

    Goed: De cliënt zou gisteren gevallen zijn; niemand heeft het gezien.

    Onbevestigd rapporteert u met zou, niet als feit.

  • Fout: Hij zou het rapport gisteren geschreven.

    Goed: Hij zou het rapport gisteren geschreven hebben.

    Verleden met zou vraagt hebben of zijn erbij.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Volgens de melding _____ de cliënt vannacht gevallen zijn.

    1. is
    2. werd
    3. zou
    4. heeft
    Toon antwoord

    Antwoord: C Volgens de melding zou de cliënt vannacht gevallen zijn.

    Zou + gevallen zijn: het is gemeld, niet vastgesteld.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Het middel _____ volgens de fabrikant binnen een uur werken.

    1. zou
    2. zult
    3. is
    4. heeft
    Toon antwoord

    Antwoord: A Het middel zou volgens de fabrikant binnen een uur werken.

    De bewering is van de fabrikant; zou houdt afstand.

  3. 3Kies de juiste zin.

    Wat betekent deze zin?

    De medicatie zou verkeerd zijn bewaard.

    1. De medicatie is zeker goed bewaard.
    2. Het is bewezen dat het bewaren fout ging.
    3. De medicatie moet voortaan anders bewaard worden.
    4. Dat wordt beweerd, maar het is nog niet zeker.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Dat wordt beweerd, maar het is nog niet zeker.

    Zou markeert een bewering van een ander, geen vastgesteld feit.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De leverancier _____ het pakket vorige week al verstuurd hebben.

    1. had
    2. zou
    3. heeft
    4. is
    Toon antwoord

    Antwoord: B De leverancier zou het pakket vorige week al verstuurd hebben.

    Zou + verstuurd hebben: dat zegt de leverancier zelf.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Er _____ op die afdeling al maanden te weinig personeel zijn.

    1. zouden
    2. zou
    3. is
    4. hebben
    Toon antwoord

    Antwoord: B Er zou op die afdeling al maanden te weinig personeel zijn.

    Te weinig personeel is enkelvoud: zou … zijn.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Welke zin betekent hetzelfde?

    Naar verluidt is de afdeling overbelast.

    1. De afdeling is zeker overbelast.
    2. De afdeling zou overbelast zijn.
    3. De afdeling wordt binnenkort overbelast.
    4. De afdeling was vroeger overbelast.
    Toon antwoord

    Antwoord: B De afdeling zou overbelast zijn.

    Naar verluidt en zou dragen hetzelfde voorbehoud.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Wat betekent deze zin?

    De cliënt zou zijn medicatie hebben geweigerd.

    1. Hij heeft de medicatie aantoonbaar geweigerd.
    2. Hij gaat de medicatie straks weigeren.
    3. Hij wilde de medicatie juist graag innemen.
    4. Dat is gemeld, maar nog niet bevestigd.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Dat is gemeld, maar nog niet bevestigd.

    Zou + hebben geweigerd: een doorvertelde gebeurtenis.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Welke zin betekent hetzelfde?

    Men zegt dat de wachttijd flink is opgelopen.

    1. De wachttijd is zeker flink opgelopen.
    2. De wachttijd heeft flink zijn opgelopen.
    3. De wachttijd zou flink zijn opgelopen.
    4. De wachttijd zou flink oplopen zijn.
    Toon antwoord

    Antwoord: C De wachttijd zou flink zijn opgelopen.

    Men zegt dat wordt zou + zijn opgelopen.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    De cliënt zou gisteren gevallen, zegt de buurvrouw.

    1. De cliënt zou gisteren gevallen zijn, zegt de buurvrouw.
    2. De cliënt zou gisteren vallen zijn, zegt de buurvrouw.
    3. De cliënt is zou gisteren gevallen, zegt de buurvrouw.
    4. De cliënt zou gisteren gevallen heeft, zegt de buurvrouw.
    Toon antwoord

    Antwoord: A De cliënt zou gisteren gevallen zijn, zegt de buurvrouw.

    Na zou hoort het hele werkwoord: gevallen zijn.

  10. 10Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    De fout _____ al in maart ontdekt zijn, maar niemand meldde iets.

    1. was
    2. werd
    3. is
    4. zou
    Toon antwoord

    Antwoord: D De fout zou al in maart ontdekt zijn, maar niemand meldde iets.

    Voor ontdekt zijn past alleen zou: het blijft een vermoeden.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen