Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

De voltooide lijdende vorm: is en was gebeurd

B2 · Gevorderd Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Met wordt zegt u wat er nu gebeurt; met is + voltooid deelwoord zegt u wat er al gebeurd is: uw aanvraag is behandeld. Het hulpwerkwoord is zijn, niet hebben, en er staat geen geworden bij. Voor een verder verleden gebruikt u was: de brief was al verstuurd toen u belde. Zo leest u in één werkwoordsvorm of iets nog loopt of al vaststaat.

Patroon

onderwerp + IS/WAS + … + VOLTOOID DEELWOORD

Voorbeelden

  1. Uw bezwaar is op 4 juni ontvangen en geregistreerd.

    Al gebeurd: is + deelwoord.

  2. De wond wordt verzorgd; het verband is vanochtend al verschoond.

    Wordt loopt nog, is staat vast.

  3. De medicatie was al toegediend toen de arts belde.

    Verder verleden: was + deelwoord.

  4. Er is bij de overdracht niets gezegd over de allergie.

    Ook met er als voorlopig onderwerp.

Veelgemaakte fouten

  • Fout: De brief is gisteren verstuurd geworden.

    Goed: De brief is gisteren verstuurd.

    In het Nederlands vervalt geworden.

  • Fout: De aanvraag heeft behandeld.

    Goed: De aanvraag is behandeld.

    Lijdend voltooid gaat met zijn, niet met hebben.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    De uitslag _____ gisteren naar de huisarts gestuurd.

    1. heeft
    2. werd geworden
    3. is
    4. wordt
    Toon antwoord

    Antwoord: C De uitslag is gisteren naar de huisarts gestuurd.

    Voltooid lijdend: zijn + deelwoord, zonder geworden.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    De kamers _____ vanochtend al schoongemaakt.

    1. zijn
    2. is
    3. hebben
    4. waren geworden
    Toon antwoord

    Antwoord: A De kamers zijn vanochtend al schoongemaakt.

    Meervoud onderwerp → zijn.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Vorig jaar _____ het protocol volledig herzien.

    1. werd
    2. wordt
    3. heeft
    4. is geworden
    Toon antwoord

    Antwoord: A Vorig jaar werd het protocol volledig herzien.

    Verleden lijdend: werd + deelwoord.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Alle betrokkenen _____ vorige week over het incident geïnformeerd.

    1. wordt
    2. heeft
    3. zijn
    4. hebben
    Toon antwoord

    Antwoord: C Alle betrokkenen zijn vorige week over het incident geïnformeerd.

    Lijdend voltooid met zijn; hebben hoort bij de bedrijvende zin.

  5. 5Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    De brief is gisteren verstuurd geworden.

    1. De brief is gisteren versturen.
    2. De brief heeft gisteren verstuurd.
    3. De brief is gisteren verstuurd.
    4. De brief werd gisteren verstuurd geworden.
    Toon antwoord

    Antwoord: C De brief is gisteren verstuurd.

    Nederlands laat geworden weg: is verstuurd is al voltooid.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Het incident heeft direct bij de leidinggevende gemeld.
    2. Het incident is direct bij de leidinggevende gemeld.
    3. Het incident is direct gemeld geworden bij de leidinggevende.
    4. Het incident is direct bij de leidinggevende melden.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Het incident is direct bij de leidinggevende gemeld.

    Zijn + deelwoord, en geen geworden erachteraan.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Welke zin betekent hetzelfde?

    Men heeft de familie gisteren ingelicht.

    1. De familie is gisteren aan het inlichten.
    2. De familie heeft gisteren ingelicht.
    3. De familie werd gisteren inlichten.
    4. De familie is gisteren ingelicht.
    Toon antwoord

    Antwoord: D De familie is gisteren ingelicht.

    Men + hebben wordt in de lijdende vorm zijn + deelwoord.

  8. 8Verander de zin.

    Maak er een voltooide lijdende zin van.

    De apotheek heeft de medicatie al geleverd.

    1. De medicatie is al geleverd geworden.
    2. De medicatie heeft al geleverd.
    3. De medicatie was al leveren.
    4. De medicatie is al geleverd.
    Toon antwoord

    Antwoord: D De medicatie is al geleverd.

    Het object wordt onderwerp; zijn + geleverd, zonder geworden.

  9. 9Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    De inspectie meldt dat de fouten inmiddels _____ hersteld.

    1. wordt
    2. hebben
    3. zijn
    4. heeft
    Toon antwoord

    Antwoord: C De inspectie meldt dat de fouten inmiddels zijn hersteld.

    Ook in de bijzin: meervoud → zijn.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Wat betekent deze zin?

    De cliënt is over de risico’s geïnformeerd.

    1. De cliënt moet nog geïnformeerd worden.
    2. Iemand heeft de cliënt over de risico’s geïnformeerd.
    3. De cliënt heeft iemand over de risico’s geïnformeerd.
    4. De cliënt informeert zelf naar de risico’s.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Iemand heeft de cliënt over de risico’s geïnformeerd.

    Lijdend en voltooid: het informeren is gebeurd, de dader blijft weg.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen