Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

was, waren, had, hadden

A1 · Beginner Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Voor zijn en hebben gebruikt het Nederlands meestal geen voltooide tijd maar de gewone verleden tijd. U zegt Ik was ziek en niet Ik ben ziek geweest als u gewoon vertelt hoe het was. Zijn wordt was (ik, hij, zij, het) en waren (wij, jullie, zij, u meestal was). Hebben wordt had en hadden. Deze vier vormen komen in bijna elk gesprek over gisteren voor, dus ze zijn de moeite waard.

Patroon

ik / hij / zij → WAS · HAD wij / jullie / zij → WAREN · HADDEN

Voorbeelden

  1. Ik was gisteren ziek.

    ik → was

  2. Wij waren op vakantie.

    wij → waren

  3. Ik had geen tijd.

    ik → had

  4. Zij hadden een afspraak.

    zij (meervoud) → hadden

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Wij was op vakantie.

    Goed: Wij waren op vakantie.

    wij hoort bij waren.

  • Fout: Ik heb geen tijd gehad gisteren.

    Goed: Ik had gisteren geen tijd.

    Bij hebben klinkt de verleden tijd natuurlijker.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik _____ vorige week ziek.

    1. was
    2. waren
    3. had
    4. ben
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik was vorige week ziek.

    ik → was.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Wij _____ gisteren niet thuis.

    1. zijn
    2. hadden
    3. waren
    4. was
    Toon antwoord

    Antwoord: C Wij waren gisteren niet thuis.

    wij → waren.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik _____ gisteren geen tijd.

    1. hadden
    2. heb
    3. was
    4. had
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik had gisteren geen tijd.

    ik → had.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Mijn ouders _____ vroeger een winkel.

    1. waren
    2. hadden
    3. hebben
    4. had
    Toon antwoord

    Antwoord: B Mijn ouders hadden vroeger een winkel.

    meervoud → hadden.

  5. 5Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Hoe _____ het op je werk?

    1. waren
    2. is
    3. had
    4. was
    Toon antwoord

    Antwoord: D Hoe was het op je werk?

    het → was.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik had gisteren de hele dag thuis.
    2. Ik was gisteren de hele dag thuis geweest.
    3. Ik was gisteren de hele dag thuis.
    4. Ik was gisteren thuis gebleven geweest.
    Toon antwoord

    Antwoord: C Ik was gisteren de hele dag thuis.

    Bij was en had komt er geen deelwoord achteraan.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Was vorige maand ik in België.
    2. Vorige maand was ik in België.
    3. Vorige maand ik was in België.
    4. Vorige maand in België was ik.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Vorige maand was ik in België.

    Na een tijdwoord blijft was op plaats twee.

  8. 8Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Er _____ veel mensen in de wachtkamer.

    1. waren
    2. was
    3. had
    4. hadden
    Toon antwoord

    Antwoord: A waren

    veel mensen is meervoud → waren.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Wij was gisteren op het gemeentehuis.

    1. Wij waren gisteren op het gemeentehuis.
    2. Wij waren gisteren op het gemeentehuis geweest.
    3. Wij hadden gisteren op het gemeentehuis.
    4. Wij was gisteren naar het gemeentehuis.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Wij waren gisteren op het gemeentehuis.

    wij hoort bij waren.

  10. 10Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Ik hadde geen geld bij me.

    1. Ik was geen geld bij me.
    2. Ik hadden geen geld bij me.
    3. Ik heb geen geld bij me gehad.
    4. Ik had geen geld bij me.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik had geen geld bij me.

    De vorm is had, zonder -e.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen