Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

mogen, hoeven en zou graag

A1 · Beginner Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

A0 gaf u kunnen, moeten en willen. A1 voegt de vormen toe die een vraag beleefd maken. Mogen vraagt of iets toegestaan is: Mag ik hier parkeren? Hoeven betekent niet moeten en gaat altijd samen met niet of geen: U hoeft niet te betalen — let op de te. En zou graag is de beleefde vorm van willen: Ik zou graag een afspraak maken klinkt veel vriendelijker dan Ik wil een afspraak. Het tweede werkwoord blijft in alle gevallen achteraan staan.

Patroon

MAG ik … ? U HOEFT NIET … TE … Ik ZOU GRAAG …

Voorbeelden

  1. Mag ik hier parkeren?

    mogen = toestemming vragen

  2. U hoeft niet te betalen.

    hoeven + niet + te

  3. Ik zou graag een afspraak maken.

    beleefd voor: ik wil

  4. Mag ik u iets vragen?

    de gewoonste beleefde opening

Veelgemaakte fouten

  • Fout: U hoeft niet betalen.

    Goed: U hoeft niet te betalen.

    Na hoeven komt te.

  • Fout: Ik wil een afspraak maken, nu.

    Goed: Ik zou graag een afspraak maken.

    Aan de balie klinkt zou graag beleefder.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    _____ ik hier even zitten?

    1. Mag
    2. Hoef
    3. Moet
    4. Wil
    Toon antwoord

    Antwoord: A Mag ik hier even zitten?

    mogen vraagt om toestemming.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    U _____ niet te wachten, u kunt meteen doorlopen.

    1. hoeft
    2. kan
    3. moet
    4. mag
    Toon antwoord

    Antwoord: A U hoeft niet te wachten, u kunt meteen doorlopen.

    hoeven = niet moeten.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul het goede woord in.

    Ik zou _____ een afspraak maken met de huisarts.

    1. moeten
    2. graag
    3. wel willen graag
    4. kunnen
    Toon antwoord

    Antwoord: B Ik zou graag een afspraak maken met de huisarts.

    zou graag = beleefd willen.

  4. 4Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. U hoeft te het formulier niet invullen.
    2. U hoeft niet het formulier in te vullen niet.
    3. U hoeft het formulier niet in te vullen.
    4. U hoeft het formulier niet invullen.
    Toon antwoord

    Antwoord: C U hoeft het formulier niet in te vullen.

    Na hoeven staat te voor het werkwoord.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Mag ik uw pas even zien?
    2. Ik mag uw pas even zien?
    3. Mag zien ik uw pas even?
    4. Mag ik zien uw pas even?
    Toon antwoord

    Antwoord: A Mag ik uw pas even zien?

    Het tweede werkwoord staat achteraan.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    _____ wij hier binnenkomen?

    1. Magen
    2. Mag
    3. Moogt
    4. Mogen
    Toon antwoord

    Antwoord: D Mogen

    wij → mogen.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik zou graag een kopje koffie willen.
    2. Ik zou graag een kopje koffie wil.
    3. Ik zou een kopje koffie graag te willen.
    4. Ik graag zou een kopje koffie willen.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik zou graag een kopje koffie willen.

    zou graag klinkt beleefder dan wil.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    U hoeft niet komen morgen.

    1. U moet morgen niet te komen.
    2. U hoeft te morgen niet komen.
    3. U hoeft morgen niet te komen.
    4. U hoeft morgen niet komen te.
    Toon antwoord

    Antwoord: C U hoeft morgen niet te komen.

    Na hoeven hoort te bij het werkwoord.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Mag ik vraag u iets?

    1. Mag ik u iets vraag?
    2. Ik mag u iets vraag?
    3. Mag vragen ik u iets?
    4. Mag ik u iets vragen?
    Toon antwoord

    Antwoord: D Mag ik u iets vragen?

    Het tweede werkwoord blijft de hele vorm en staat achteraan.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. U moet hier wachten, maar u mag niet blijven staan hoeft.
    2. U mag hier te wachten, maar u moet niet te blijven staan.
    3. U hoeft hier wachten, maar u mag blijven staan.
    4. U mag hier wachten, maar u moet niet blijven staan.
    Toon antwoord

    Antwoord: D U mag hier wachten, maar u moet niet blijven staan.

    mogen en moeten betekenen niet hetzelfde.

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen