Naar de inhoud
Zorg Space Open de app

Nederlandse grammatica

De voltooide tijd met hebben

A1 · Beginner Werkwoorden en tijd Vragen 10

De regel

Wilt u zeggen wat u gedaan hebt, dan gebruikt u twee werkwoorden: hebben op plaats twee en het voltooid deelwoord aan het eind. Het deelwoord maakt u meestal met ge- ervoor en -t of -d erachter: werken wordt gewerkt, wonen wordt gewoond. Het is -t na de letters van "'t kofschip" (t, k, f, s, ch, p) en anders -d. Het deelwoord staat altijd achteraan, ook als er nog iets tussen staat.

Patroon

Ik HEB gisteren … GEWERKT.

Voorbeelden

  1. Ik heb gisteren gewerkt.

    heb op plaats 2, gewerkt aan het eind

  2. Wij hebben in Utrecht gewoond.

    wonen → gewoond, met -d

  3. Heb je de brief gelezen?

    in de vraag staat heb vooraan

  4. Ik heb de dokter gebeld.

    bellen → gebeld

Veelgemaakte fouten

  • Fout: Ik heb gewerkt gisteren.

    Goed: Ik heb gisteren gewerkt.

    Het deelwoord staat helemaal achteraan.

  • Fout: Ik heb gewerk.

    Goed: Ik heb gewerkt.

    werken eindigt op k, dus -t.

Oefenvragen

Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.

  1. 1Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik heb gisteren acht uur _____. (werken)

    1. werkte
    2. gewerkd
    3. gewerken
    4. gewerkt
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik heb gisteren acht uur gewerkt. (werken)

    werken eindigt op k → gewerkt.

  2. 2Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Wij hebben tien jaar in Rotterdam _____. (wonen)

    1. gewoond
    2. gewonen
    3. woonde
    4. gewoont
    Toon antwoord

    Antwoord: A Wij hebben tien jaar in Rotterdam gewoond. (wonen)

    wonen eindigt op n → gewoond met -d.

  3. 3Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Heb je de rekening al _____? (betalen)

    1. betalen
    2. gebetaald
    3. betaalt
    4. betaald
    Toon antwoord

    Antwoord: D Heb je de rekening al betaald? (betalen)

    betalen eindigt op l → betaald met -d.

  4. 4Vul het gat in.

    Vul de goede vorm in.

    Ik heb de dokter _____. (bellen)

    1. gebelt
    2. gebellen
    3. belde
    4. gebeld
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik heb de dokter gebeld. (bellen)

    bellen → gebeld.

  5. 5Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. Ik heb vanmorgen boodschappen gedaan.
    2. Ik vanmorgen heb boodschappen gedaan.
    3. Ik heb gedaan vanmorgen boodschappen.
    4. Ik heb boodschappen gedaan vanmorgen gedaan.
    Toon antwoord

    Antwoord: A Ik heb vanmorgen boodschappen gedaan.

    Het deelwoord staat achteraan, na de tijd en de rest.

  6. 6Kies de juiste zin.

    Kies de goede zin.

    1. U heeft de brief gekregen?
    2. Heeft gekregen u de brief?
    3. Heeft u de brief gekregen?
    4. Heeft u gekregen de brief?
    Toon antwoord

    Antwoord: C Heeft u de brief gekregen?

    In een vraag staat hebben vooraan en het deelwoord achteraan.

  7. 7Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Ik heb het formulier _____.

    1. geinvuld
    2. gevuld in
    3. invulde
    4. ingevuld
    Toon antwoord

    Antwoord: D ingevuld

    invullen is scheidbaar: ge- komt tussen in en vullen.

  8. 8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Ik heb gewerkt de hele dag.

    1. Gewerkt heb ik de hele dag.
    2. Ik heb de hele dag werken.
    3. Ik de hele dag heb gewerkt.
    4. Ik heb de hele dag gewerkt.
    Toon antwoord

    Antwoord: D Ik heb de hele dag gewerkt.

    Het deelwoord hoort achter de rest van de zin.

  9. 9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.

    Deze zin is fout. Kies de goede zin.

    Wij hebben gisteren gepraatt met de buurvrouw.

    1. Wij hebben gisteren met de buurvrouw praten.
    2. Wij hebben gisteren met de buurvrouw gepraat.
    3. Wij hebben gisteren gepraat met de buurvrouw gepraat.
    4. Wij gisteren hebben met de buurvrouw gepraat.
    Toon antwoord

    Antwoord: B Wij hebben gisteren met de buurvrouw gepraat.

    praten eindigt al op t: één t, dus gepraat.

  10. 10Kies de juiste zin.

    Kies de goede vorm.

    Zij heeft haar tas _____.

    1. gezoekt
    2. zoekte
    3. gezoeken
    4. gezocht
    Toon antwoord

    Antwoord: D gezocht

    zoeken eindigt op k → gezocht (onregelmatig, maar met -t).

Oefen deze les in Zorg Space

In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.

Gratis beginnen