Werkwoorden met me, je, zich
De regel
Sommige Nederlandse werkwoorden hebben altijd een extra woordje bij zich: zich voelen, zich wassen, zich aankleden, zich haasten, zich vergissen. Dat woordje verandert mee met de persoon: ik voel me, jij voelt je, hij voelt zich, wij voelen ons, zij voelen zich. Het staat vlak na het werkwoord. In het Arabisch en het Engels valt het vaak weg, en dat is precies waarom Ik voel goed zo vaak gezegd wordt — het moet Ik voel me goed zijn.
ik ME · jij JE · hij/zij/u ZICH · wij ONS · jullie JE · zij ZICH
Voorbeelden
Ik voel me niet goed.
ik → me
Voelt u zich beter?
u → zich
De kinderen kleden zich aan.
zij → zich
Ik heb me vergist.
ook in de voltooide tijd
Veelgemaakte fouten
-
Fout: Ik voel goed.
Goed: Ik voel me goed.
voelen hoort hier bij me.
-
Fout: Hij voelt hem niet goed.
Goed: Hij voelt zich niet goed.
Bij hij hoort zich, niet hem.
Oefenvragen
Probeer elke vraag eerst zelf en open dan „Toon antwoord” voor de oplossing en de reden.
-
1Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
Ik voel _____ vandaag niet goed.
- zich
- me
- mij zelf
- ons
Toon antwoord
Antwoord: B Ik voel me vandaag niet goed.
ik → me.
-
2Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
Voelt u _____ al beter?
- hem
- je
- zich
- u zelf
Toon antwoord
Antwoord: C Voelt u zich al beter?
u → zich.
-
3Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
Hoe voel jij _____ nu?
- je
- zich
- me
- jou zelf
Toon antwoord
Antwoord: A Hoe voel jij je nu?
jij → je.
-
4Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
Wij moeten _____ haasten, de bus komt zo.
- onze
- me
- zich
- ons
Toon antwoord
Antwoord: D Wij moeten ons haasten, de bus komt zo.
wij → ons.
-
5Vul het gat in.
Vul het goede woord in.
De kinderen wassen _____ voor het eten.
- hun
- hen
- ze
- zich
Toon antwoord
Antwoord: D De kinderen wassen zich voor het eten.
zij (meervoud) → zich.
-
6Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik me voel sinds gisteren beter.
- Ik voel beter me sinds gisteren.
- Ik voel sinds gisteren me beter.
- Ik voel me sinds gisteren beter.
Toon antwoord
Antwoord: D Ik voel me sinds gisteren beter.
Het woordje staat vlak na het werkwoord.
-
7Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik heb mij vergist geweest in de datum.
- Ik ben me vergist in de datum.
- Ik heb me vergist in de datum.
- Ik heb vergist me in de datum.
Toon antwoord
Antwoord: C Ik heb me vergist in de datum.
In de voltooide tijd blijft me staan.
-
8Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Ik voel niet goed vandaag.
- Ik voel mij niet goed vandaag voel.
- Ik voel me vandaag niet goed.
- Ik me voel vandaag niet goed.
- Ik voel zich vandaag niet goed.
Toon antwoord
Antwoord: B Ik voel me vandaag niet goed.
voelen heeft me nodig.
-
9Deze zin klopt niet. Kies de verbetering.
Deze zin is fout. Kies de goede zin.
Hij voelt hem al beter.
- Hij voelt haar al beter.
- Hij voelt zichzelf al beter beter.
- Hij zich voelt al beter.
- Hij voelt zich al beter.
Toon antwoord
Antwoord: D Hij voelt zich al beter.
Bij hij hoort zich.
-
10Kies de juiste zin.
Kies de goede zin.
- Ik blijf thuis omdat ik niet goed voel me.
- Ik blijf thuis omdat ik me niet goed voel.
- Ik blijf thuis omdat ik voel me niet goed.
- Ik blijf thuis omdat me ik niet goed voel.
Toon antwoord
Antwoord: B Ik blijf thuis omdat ik me niet goed voel.
Na omdat staat het werkwoord achteraan, het woordje blijft ervoor.
Oefen deze les in Zorg Space
In de app wordt elke regel interactief oefenen: directe correctie, herhaling op het moment dat je het bijna vergeet en voortgang die je van niveau tot niveau ziet — gratis.
Gratis beginnen